In de International Classification of Sleep Disorders, derde editie (ICSD-3), worden acht subtypen van centrale slaapapneu (CSA) onderscheiden (CSA met Cheyne-Stokes-ademhaling, CSA door een somatische aandoening zonder Cheyne-Stokes-ademhaling, CSA door periodieke ademhaling op grote hoogte, CSA door een medicatie of middel, primaire CSA, primaire CSA van de zuigelingentijd, primaire CSA door prematuriteit, en treatment-emergent CSA). Net als in de DSM-5 vereisen de meeste van deze classificaties een frequentie van vijf of meer centrale voorvallen per uur slaap. Bovendien vereisen de ICSD-3-criteria de aanwezigheid van klachten of verschijnselen (bijvoorbeeld klachten over insomnia of slaperigheid overdag). Centrale voorvallen moeten minstens 50% van het totale aantal apneus en hypopneus uitmaken. Bij primaire CSA van de zuigelingentijd en primaire CSA door prematuriteit horen eigen criteria, die verschillen van die bij volwassen vormen van centrale slaapapneu.