Centrale-slaap­ap­neu­syn­droom

Central sleep apnea

G47.3

CLASSIFICATIECRITERIA

AAanwijzingen bij polysomnografie voor vijf of meer centrale apneus per uur slaap.

Voor het vaststellen van apneu-episoden dient er po­ly­som­no­gra­fisch bewijs te zijn voor vijf of meer centrale apneus per uur slaap. De rapportage van klachten alleen is onvoldoende sensitief of specifiek om centrale slaapapneu te kunnen diagnosticeren, hoewel het wel als scree­ning­me­tho­de kan worden gebruikt. Andere slaap­stoor­nis­sen moeten als oorzaak van de stoornis worden uitgesloten.

BDe stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere actuele slaapstoornis.

Voor het vaststellen van apneu-episoden dient er po­ly­som­no­gra­fisch bewijs te zijn voor vijf of meer centrale apneus per uur slaap. De rapportage van klachten alleen is onvoldoende sensitief of specifiek om centrale slaapapneu te kunnen diagnosticeren, hoewel het wel als scree­ning­me­tho­de kan worden gebruikt. Andere slaap­stoor­nis­sen moeten als oorzaak van de stoornis worden uitgesloten.

Specificeer of:

Idiopathische centrale-slaap­ap­neu­syn­droom Gekenmerkt door herhaalde episoden van apneus en hypopneus tijdens de slaap die worden veroorzaakt door veranderingen van de inspanning bij de ademhaling, maar zonder aanwijzingen voor een obstructie van de luchtwegen.

Cheyne-Stokes-ademhaling Een patroon van een periodieke toename en afname van het ademvolume dat leidt tot centrale apneus en hypopneus met een frequentie van minstens vijf voorvallen per uur, gepaard gaand met frequent optredende arousals.

Centrale-slaap­ap­neu­syn­droom bij het gebruik van opioïden De pathogenese van dit subtype wordt toegeschreven aan de effecten van opioïden op de receptoren voor het adem­ha­lings­rit­me gelegen in de medulla oblongata, en aan de differentiële effecten op de hypoxische versus hypercapnische prikkel voor de ademhaling.

Clinici kunnen aangeven of: (1) de stoornis idiopathisch is en losstaat van een obstructie van de luchtwegen, (2) er een Cheyne-Stokes-adem­ha­lings­pa­troons aanwezig is (gekenmerkt door een patroon van periodieke toename en afname van het ademvolume dat tot centrale apneus en hypopneus leidt, en dat optreedt met een frequentie van minstens vijf voorvallen per uur die gepaard gaan met frequent optredende arousals), of (3) de stoornis samenhangt met het gebruik van opioïden. De actuele ernst kan ook worden gespecificeerd.

Co­de­rings­aan­wij­zing Wanneer er sprake is van een stoornis in het gebruik van opioïden, codeer dan eerst die stoornis: F11.1 lichte stoornis in het gebruik van een opioïde, of F11.2 matige of ernstige stoornis in het gebruik van een opioïde; codeer vervolgens G47.3 comorbide centrale-slaap­ap­neu­syn­droom bij het gebruik van een opioïde. Als er geen sprake is van een stoornis in het gebruik van opioïden (bijvoorbeeld na eenmalig zwaar gebruik van het middel), codeer dan alleen het centrale-slaap­ap­neu­syn­droom.

Specificeer actuele ernst:

De ernst van het centrale-slaap­ap­neu­syn­droom wordt bepaald door de frequentie van de ontregelde ademhaling en de mate waarin de zuur­stofsatu­ra­tie­da­ling en de slaap­frag­men­ta­tie optreden als gevolg van herhaalde respiratoire stoornissen.

Clinici kunnen aangeven of: (1) de stoornis idiopathisch is en losstaat van een obstructie van de luchtwegen, (2) er een Cheyne-Stokes-adem­ha­lings­pa­troons aanwezig is (gekenmerkt door een patroon van periodieke toename en afname van het ademvolume dat tot centrale apneus en hypopneus leidt, en dat optreedt met een frequentie van minstens vijf voorvallen per uur die gepaard gaan met frequent optredende arousals), of (3) de stoornis samenhangt met het gebruik van opioïden. De actuele ernst kan ook worden gespecificeerd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.