Gebruik de specificaties ‘met psychische stoornis’, ‘met somatische aandoening’ en ‘met andere slaapstoornis’ om klinisch relevante comorbiditeiten te noteren. Registreer in dergelijke gevallen de code F51.1 hypersomnolentiestoornis, met [naam van comorbide aandoening(en) of stoornis(sen)], gevolgd door de classificatiecode(s) voor de comorbide stoornis(sen) (bijvoorbeeld F51.1 hypersomnolentiestoornis, met depressieve stoornis; F33.1 depressieve stoornis, recidiverende episode, matig).