Normatieve variaties van de slaap Bij de algemene bevolking bestaat er een enorme variatie in de ‘normale’ slaapduur. De ‘lange slapers’ (mensen die een meer dan gemiddelde hoeveelheid slaap nodig hebben) hebben geen overmatige slaperigheid, slaapinertie of automatisch gedrag indien zij de hoeveelheid nachtrust krijgen die zij nodig hebben. De slaap wordt als verkwikkend ervaren. Als het sociale of beroepsmatige leven leidt tot een kortere nachtrust, kunnen overdag klachten optreden. Bij de hypersomnolentiestoornis komen daarentegen klachten van overmatige slaperigheid voor ongeacht de duur van de nachtrust. Een ontoereikende hoeveelheid nachtrust (bijvoorbeeld doordat iemand kiest voor een te korte nachtrust) kan klachten van slaperigheid overdag geven die overeenkomen met die van de hypersomnolentiestoornis. Een gemiddelde slaapduur van minder dan zeven uur per nacht is een sterke aanwijzing voor een ontoereikende nachtrust. In de Verenigde Staten slaapt een gemiddelde volwassene tijdens doordeweekse nachten echter slechts 6,75 uur. Mensen met een ontoereikende nachtrust halen meestal de ‘schade’ in door langer te slapen op de dagen dat zij vrij zijn van het professionele en sociale leven of tijdens de vakantie. De classificatie hypersomnolentiestoornis mag niet worden toegekend als er twijfel bestaat of de duur van de nachtrust wel toereikend is. Een diagnostisch en therapeutisch onderzoek waarin gedurende tien tot veertien dagen de slaapduur wordt verlengd, kan opheldering geven over de juiste classificatie.
Narcolepsie Net zoals bij de hypersomnolentiestoornis hebben mensen met narcolepsie last van chronische slaperigheid, maar beide stoornissen kunnen van elkaar onderscheiden worden met behulp van verschillende klinische en laboratoriumbevindingen. In tegenstelling tot mensen met een hypersomnolentiestoornis slapen mensen met narcolepsie doorgaans zeven tot acht uur per dag en voelen ze zich over het algemeen verkwikt bij het ontwaken in de ochtend. Mensen met narcolepsie voelen zich over het algemeen alerter na een dutje van 15 tot 20 minuten, terwijl mensen met een hypersomnolentiestoornis doorgaans langere dutjes doen, moeite hebben om wakker te worden uit een dutje en zich daarna niet alert voelen. Mensen met narcolepsie hebben ook in verschillende mate last van kataplexie, hypnagoge hallucinaties, slaapparalyse en een gefragmenteerde nachtelijke slaap, terwijl kataplexie nooit voorkomt bij de hypersomnolentiestoornis en de andere genoemde symptomen zelden voorkomen. Bij narcolepsie toont de MSLT meestal meer dan twee SOREMP’s aan.
Vermoeidheid als symptoom van een andere psychische stoornis of een somatische aandoening De hypersomnolentiestoornis dient onderscheiden te worden van de vermoeidheid die een symptoom kan zijn van een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een gegeneraliseerde-angststoornis) of een somatische aandoening. In tegenstelling tot hypersomnolentie kan deze vermoeidheid niet per definitie door meer slaap worden opgelost en staat die niet in verband met de kwantiteit of de kwaliteit van de slaap.
Ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen Chronische slaperigheid komt bij ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen vaak voor. Mensen met hypersomnolentie en ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen kunnen dezelfde patronen van overmatige slaperigheid vertonen. Aanwijzingen voor ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen zijn een voorgeschiedenis van luid snurken, adempauzes tijdens de slaap, en niet-restauratieve slaap. Lichamelijk onderzoek brengt vaak aan het licht dat de betrokkene obesitas, een nauwe luchtweg en een grote halsdiameter heeft. Hypertensie komt vaak voor en sommige mensen kunnen tekenen van hartfalen vertonen. Met polysomnografisch onderzoek kan de aanwezigheid van apneuaanvallen bij een ademhalingsgerelateerde slaapstoornis worden vastgesteld (en de afwezigheid daarvan bij de hypersomnolentiestoornis).
Circadianeritme-slaap-waakstoornissen In tegenstelling tot mensen met een hypersomnolentiestoornis vertonen mensen met bepaalde typen circadianeritmeslaap-waakstoornissen specifieke temporele symptoompatronen. Mensen met het type verlate slaapfase hebben bijvoorbeeld vaak last van slaapinertie en slaperigheid in de ochtend en voelen zich het meest alert in de avond en nacht, en gaan gewoonlijk laat naar bed. Daarentegen worden mensen met het type vervroegde slaapfase vroeg in de avond slaperig en gaan ze vroeg naar bed, maar in de vroege ochtend worden ze gemakkelijk wakker en zijn ze meteen alert.
Parasomnia’s Parasomnia’s, zoals de non-remslaap-arousalstoornissen (slaapwandelen en pavor nocturnus) of de remslaapgedragsstoornis, geven zelden de verlengde, ononderbroken nachtrust en/of de slaperigheid overdag die zo kenmerkend zijn voor de hypersomnolentiestoornis. Het is echter mogelijk dat slaperigheid overdag optreedt bij parasomnia’s als de nachtmerriestoornis, waarbij de totale slaaptijd aanzienlijk kan zijn bekort.
Hypersomnolentie bij andere psychische stoornissen en somatische aandoeningen Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de hypersomnolentiestoornis en hypersomnolentie als symptoom van een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een depressieve episode, in het bijzonder een met atypische kenmerken) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld bepaalde vormen van kanker, multiple sclerose). Als de overheersende klacht van overmatige slaperigheid adequaat wordt verklaard door een andere psychische stoornis of een somatische aandoening, is een aanvullende classificatie hypersomnolentiestoornis niet gerechtvaardigd. Als de hypersomnolentie echter niet adequaat wordt verklaard door een comorbide psychische stoornis of somatische aandoening (bijvoorbeeld wanneer de ernst en aard van de hypersomnolentie veel groter zijn dan wat bij die psychische stoornis of somatische aandoening zou worden verwacht), is een aanvullende classificatie hypersomnolentiestoornis wel gerechtvaardigd.