De hypersomnolentiestoornis begint meestal tijdens de late adolescentie of vroeg in de volwassenheid. De klachten manifesteren zich op een gemiddelde leeftijd van 17–24 jaar en er is een geleidelijke progressie te zien in een periode van enkele weken tot maanden. Er is weinig bekend over het natuurlijke beloop, maar bij de meeste mensen zijn de symptomen aanhoudend en stabiel, tenzij er een behandeling wordt gestart. Na vijf tot zeven jaar treedt bij ongeveer 11 tot 25% van de betrokkenen spontane remissie op. Bij mensen met een hypersomnolentiestoornis wordt gemiddeld tien tot vijftien jaar na het verschijnen van de eerste symptomen de classificatie toegekend. Bij kinderen komt de hypersomnolentiestoornis zelden voor. De ontwikkeling van andere slaapstoornissen (bijvoorbeeld een ademhalingsgerelateerde slaapstoornis) kan de mate van slaperigheid verergeren.