Over de klassen middelen die een klinisch relevante psychische stoornis door een middel/medicatie kunnen voortbrengen, is een aantal algemene dingen te zeggen. In het algemeen kunnen de meer sederende middelen (hypnotica, anxiolytica en alcohol) prominente en klinisch significante depressieve-stemmingsstoornissen veroorzaken bij intoxicatie, terwijl bij de onttrekkingssyndromen van deze middelen vaak angststoornissen optreden. Ook geldt dat de meer stimulerende middelen (zoals amfetaminen en cocaïne) bij een intoxicatie vaak samengaan met psychotische stoornissen door een middel/medicatie en angststoornissen door een middel/medicatie, terwijl bij de onttrekking vaak een depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie wordt gezien. Zowel de meer sederende als de meer stimulerende middelen kunnen significante maar tijdelijke slaap- en seksuele stoornissen veroorzaken. Zie tabel 1 voor een overzicht van de verbanden tussen bepaalde klassen middelen en specifieke psychiatrische syndromen.
De zogenoemde idiosyncratische reacties van het centrale zenuwstelsel of relatief extreme voorbeelden van bijwerkingen door een breed scala van geneesmiddelen die voor velerlei aandoeningen worden gegeven, vallen ook onder de stoornissen door een middel/medicatie. Voorbeelden zijn neurocognitieve complicaties van een anestheticum, antihistaminicum, antihypertensivum en veel andere mogelijke geneesmiddelen of toxinen (bijvoorbeeld organofosfaten, bestrijdingsmiddelen, koolmonoxide), zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Neurocognitieve stoornissen’. Psychotische syndromen kunnen tijdelijk optreden bij gebruik van anticholinerge, cardiovasculaire en steroïde geneesmiddelen, evenals tijdens het gebruik van stimulerende of dempende voorgeschreven of vrij verkrijgbare geneesmiddelen. Tijdelijke maar ernstige stemmingsstoornissen kunnen optreden bij een scala aan geneesmiddelen, waaronder steroïden, antihypertensiva, disulfiram en elk voorgeschreven of vrij verkrijgbaar stimulerend of dempend middel. Een soortgelijk scala van geneesmiddelen is in verband te brengen met tijdelijke angstsyndromen, seksuele disfuncties en slaapstoornissen.
Algemeen wordt een stoornis pas beschouwd als een psychische stoornis door een middel/medicatie als aantoonbaar is dat de geobserveerde symptomen waarschijnlijk niet beter te verklaren zijn door een onafhankelijke psychische stoornis. Dat laatste is waarschijnlijker indien de psychische symptomen al aanwezig waren voor de ernstige intoxicatie, onttrekking of medicatietoediening, of, met uitzondering van enkele persisterende stoornissen door een middel/medicatie die in tabel 1 staan, langer dan een maand aanhielden na het einde van de acute onttrekking, de ernstige intoxicatie of het medicatiegebruik. Als de symptomen alleen tijdens een delirium door een middel/medicatie optreden (bijvoorbeeld een delirium door alcoholonttrekking), moet alleen het delirium worden vastgesteld en dienen de andere psychiatrische symptomen die tijdens het delirium optreden niet ook nog afzonderlijk te worden geclassificeerd, aangezien veel van deze symptomen (waaronder verstoring van de stemming, angstsymptomen en realiteitsbesef) vaak gezien worden tijdens een geagiteerde, verwarde episode. De kenmerken van elke relevante grote psychische stoornis zijn hetzelfde, of ze nu optreden bij een onafhankelijke of bij een middel-/medicatieafhankelijke psychische stoornis. Maar mensen met een psychische stoornis door een middel/medicatie zullen meestal ook de kenmerken tonen die met de specifieke klasse middelen of medicatie samenhangen, zoals in de andere paragrafen van dit hoofdstuk opgesomd.