La­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek van bloed- en urinemonsters kan inzicht geven in het recente gebruik en de specifieke gebruikte middelen. Maar een positieve la­bo­ra­to­ri­um­uit­slag geeft op zichzelf geen uitsluitsel of de betrokkene een patroon van middelengebruik heeft dat aan de criteria voldoet voor een stoornis door een middel/medicatie of een stoornis in het gebruik van een middel. Evenzo sluit een negatieve la­bo­ra­to­ri­um­uit­slag niet zonder meer een dergelijke stoornis uit.

La­bo­ra­to­ri­um­uit­sla­gen kunnen bij het vaststellen van het ont­trek­kings­syn­droom van nut zijn. Als iemand zich presenteert met ont­trek­kings­symp­to­men van een onbekend middel, kan een la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek de stof helpen bepalen en eventueel bijdragen aan een differentiatie tussen een ont­trek­kings­syn­droom en een andere psychische stoornis.

Verder kan, wanneer iemand normaal functioneert bij een hoog gehalte van een middel in het bloed, geconcludeerd worden dat de betrokkene een hoge mate van tolerantie heeft ontwikkeld.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.