Psychische stoornissen door een middel/medicatie ontstaan in het kader van een intoxicatie door of onttrekking van een drug, of bij voorgeschreven of vrij verkrijgbare geneesmiddelen die in de geadviseerde dosering worden gebruikt. Beide typen stoornissen zijn meestal tijdelijk en verdwijnen gewoonlijk binnen ongeveer één maand na het eind van de acute onttrekking van of ernstige intoxicatie door het middel of van het me­di­ca­tie­ge­bruik. Uitzonderingen op deze ge­ne­ra­li­se­rin­gen gelden voor bepaalde langdurige stoornissen door een middel/medicatie: mid­del­ge­re­la­teer­de neurocognitieve stoornissen zoals de neurocognitieve stoornis door alcohol, de neurocognitieve stoornis door een inhalantium, de neurocognitieve stoornis door een hypnoticum of anxiolyticum en de persisterende per­cep­tie­stoor­nis door een hallucinogeen (flashbacks; zie de paragraaf ‘Hal­lu­ci­no­geen­ge­re­la­teer­de stoornissen’ verderop in dit hoofdstuk). De meeste psychische stoornissen door een middel/medicatie verbeteren echter meestal relatief snel wanneer het middel wordt gestaakt, ongeacht de ernst van de symptomen. Ze blijven ook zelden langer dan één maand na het staken klinisch relevant.

Net zoals dat geldt voor veel andere gevolgen van intensief middelengebruik, zijn sommige mensen meer en andere minder vatbaar voor het ontwikkelen van bepaalde stoornissen door een middel/medicatie. Door een soortgelijke vorm van predispositie kunnen sommige mensen meer kans hebben op het ontwikkelen van psychiatrische bijwerkingen van bepaalde geneesmiddelen, en andere niet. Onduidelijk is echter of iemand met een familieanamnese of een persoonlijke anamnese met een onafhankelijk psychiatrisch syndroom een verhoogd risico heeft op datzelfde syndroom door een middel (ervan uitgaand dat de hoeveelheid en de frequentie van het middel voldoende waren om te leiden tot het ontstaan van het betreffende syndroom).

Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van middelen of bepaalde geneesmiddelen met psychiatrische bijwerkingen door iemand met een reeds bestaande psychische stoornis, de symptomen van die reeds bestaande psychische stoornis kan verergeren. Het risico op psychische stoornissen door een middel/medicatie neemt waarschijnlijk toe met zowel de hoeveelheid als de frequentie van de consumptie van dat middel.

Het symptoomprofiel van de psychische stoornissen door een middel/medicatie lijkt op dat van de onafhankelijke psychische stoornissen. De symptomen van een psychische stoornis door een middel/medicatie kunnen zelfs identiek zijn aan die van de onafhankelijke psychische stoornis (bijvoorbeeld wanen, hallucinaties, psychosen, depressieve episoden, angstsyndromen) en dezelfde ernstige gevolgen hebben (zoals een suïcide). De meeste psychische stoornissen door een middel/medicatie verbeteren echter bij abstinentie binnen dagen tot weken.

De psychische stoornissen door een middel/medicatie vormen een belangrijk onderdeel van de differentiële diagnostiek bij de onafhankelijke psychische stoornissen. Het onderkennen van de rol van (genees)middelen is van vergelijkbaar belang als dat van een somatische aandoening of van reacties op medicatie bij de vaststelling of er sprake is van een onafhankelijke psychische stoornis. Crosssectioneel kunnen de symptomen van een psychische stoornis door een middel/medicatie identiek zijn aan die van een onafhankelijke psychische stoornis, maar de behandeling en de prognose zijn anders.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.