Psychische stoornissen door een middel/medicatie
De psychische stoornissen door een middel/medicatie zijn potentieel ernstig en meestal tijdelijk, maar soms ontwikkelt zich een persisterend syndroom van het centrale zenuwstelsel door de effecten van drugs, medicatie of bepaalde toxinen. Deze worden onderscheiden van de stoornissen in het gebruik van een middel, waarbij een cluster van cognitieve, somatische en gedragssymptomen samen tot een persisterend gebruik van een middel bijdragen, ondanks de significante problemen ten gevolge van het middel. Een stoornis door een middel/medicatie kan zijn ontstaan door een drug uit een van de tien klassen middelen die stoornissen in het gebruik van een middel kunnen opleveren, maar ook door een groot aantal geneesmiddelen die in het kader van een medische behandeling worden gebruikt. Elke psychische stoornis door een middel/medicatie is in het betreffende hoofdstuk beschreven (de depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie is bijvoorbeeld te vinden in het hoofdstuk ‘Depressieve-stemmingsstoornissen’); daarom wordt in dit hoofdstuk alleen een korte omschrijving gegeven. Alle stoornissen door een middel/medicatie hebben een aantal kenmerken gemeen. Het is van belang deze gemeenschappelijke kenmerken te kennen, om deze stoornissen beter te kunnen herkennen. Ze zijn als volgt omschreven.
A Een klinisch significante presentatie van symptomen die kenmerkend zijn voor stoornissen in de relevante classificatiecategorie staat in het klinische beeld op de voorgrond.
B Er zijn aanwijzingen vanuit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen voor zowel (1) als (2):
1 De symptomen beschreven in criterium A ontstaan tijdens of spoedig na een intoxicatie door een middel, onttrekking van een middel, of blootstelling aan of onttrekking van een geneesmiddel; en
2 Van het betreffende (genees)middel is bekend dat het de symptomen beschreven in criterium A kan veroorzaken.
C De stoornis kan niet beter worden verklaard door een onafhankelijke psychische stoornis (dat wil zeggen een stoornis die niet door een middel/medicatie is veroorzaakt). Aanwijzingen voor de aanwezigheid van een onafhankelijke psychische stoornis zijn:
1 De stoornis ging vooraf aan het begin van een ernstige intoxicatie door of onttrekking van een middel of blootstelling aan medicatie; of
2 De stoornis persisteert al gedurende een substantiële periode (bijvoorbeeld minstens één maand) sinds het einde van de acute onttrekking van of ernstige intoxicatie door een middel of inname van medicatie. Dit criterium is niet van toepassing op neurocognitieve stoornissen door een middel/medicatie of op de persisterende perceptiestoornis door een hallucinogeen. Deze twee persisteren na het einde van een acute intoxicatie of een onttrekkingssyndroom.
D De stoornis treedt niet uitsluitend op in het beloop van een delirium.
E De stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.