Intoxicatie door en onttrekking van een middel
De criteria voor de intoxicatiesyndromen van specifieke middelen zijn in de middelspecifieke delen van dit hoofdstuk opgenomen. Het belangrijkste kenmerk is de ontwikkeling van een omkeerbaar middelspecifiek syndroom als gevolg van de recente inname van een middel (criterium A). Het klinisch significante problematische gedrag of de psychische veranderingen die gepaard gaan met de intoxicatie (bijvoorbeeld ruzie zoeken, emotionele labiliteit, verminderd oordeelsvermogen) zijn toe te schrijven aan de effecten die het middel op het centrale zenuwstelsel heeft en ontwikkelen zich tijdens of kort na het gebruik van het middel (criterium B), en gaan gepaard met klachten en verschijnselen die specifiek zijn voor het middel (criterium C). De symptomen zijn niet toe te schrijven aan een somatische aandoening en worden niet beter door een andere psychische stoornis verklaard (criterium D). Intoxicatie door een middel komt vaak voor bij mensen met een stoornis in het gebruik van een middel, maar eveneens vaak bij mensen die middelen gebruiken zonder dat zij een stoornis in het gebruik van een middel hebben. Deze classificatie is niet van toepassing op tabak.
De meest voorkomende veranderingen bij intoxicatie door een middel zijn stoornissen van waarneming, bewustzijn, aandacht, denken, oordeelsvermogen, psychomotoriek en interpersoonlijk gedrag. Bij een kortetermijn- of ‘acute’ intoxicatie door een middel kunnen andere klachten en verschijnselen optreden dan bij een langdurige of ‘chronische’ intoxicatie door een middel. Zo kunnen matige hoeveelheden cocaïne er aanvankelijk voor zorgen dat iemand spraakzaam en gezellig is, maar als deze doseringen gedurende dagen of weken worden herhaald, kan de betrokkene zich sociaal gaan terugtrekken.
Wanneer de term ‘intoxicatie’ in pathofysiologische zin wordt gebruikt, is het een breder begrip dan in de definitie van de classificatie ‘intoxicatie door een middel’ zoals die in dit boek wordt gehanteerd. Veel middelen kunnen een somatisch of psychisch effect hebben dat op zichzelf niet problematisch hoeft te zijn. Zo ondervindt iemand met tachycardie door het gebruik van een middel wel een somatisch effect door het middel, maar als dit het enige symptoom is zonder dat er sprake is van problematisch gedrag, is de psychiatrische classificatie intoxicatie door een middel niet van toepassing. Een intoxicatie kan soms persisteren nadat het middel niet meer in het lichaam meetbaar is. Dat kan komen door aanhoudende effecten in het centrale zenuwstelsel, waarvan het herstel langer duurt dan de eliminatie van het middel uit het lichaam. Dergelijke langere-termijneffecten van een intoxicatie dienen te worden onderscheiden van de onttrekkingssymptomen die ontstaan door de daling van de bloed- of weefselconcentratie van het middel).
Ook de criteria voor het onttrekkingssyndroom van een middel zijn in dit hoofdstuk te vinden in de specifieke paragraaf voor elk middel. Het doorslaggevende kenmerk is dat er een middelspecifieke problematische gedragsverandering optreedt, met bijbehorende somatische en cognitieve symptomen, die het gevolg is van het staken of afbouwen van een langdurig intensief gebruik van een middel (criterium A). Het middelspecifieke syndroom (criterium B) veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen (criterium C). De symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening of beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (criterium D). Het onttrekkingssyndroom hangt meestal, maar niet altijd, samen met een stoornis in het gebruik van een middel. Belangrijk is ook dat onttrekkingssymptomen die optreden tijdens een correct gebruik van geneesmiddelen in de context van een medische behandeling (bijvoorbeeld opioïden voor pijnstilling, sederende of stimulerende middelen) nadrukkelijk niet worden meegerekend bij het vaststellen van een stoornis in het gebruik van een middel. De meeste mensen met een onttrekkingssyndroom hebben de drang om het middel opnieuw te nemen, om de onttrekkingssymptomen te verminderen.