Mensen met een specifieke fobie vertonen dezelfde patronen van beperkingen in hun psychosociale functioneren en ook eenzelfde verminderde kwaliteit van leven als mensen met andere angststoornissen en mensen met stoornissen in alcohol- en middelengebruik, met inbegrip van beperkingen in het beroepsmatige en interpersoonlijke functioneren. Oudere volwassenen kunnen beperkingen hebben op het gebied van zorgverlenende taken en vrijwilligerswerk. Ook kan bij oudere volwassenen de angst om te vallen leiden tot een afgenomen mobiliteit en minder goed lichamelijk en sociaal functioneren, wat weer kan leiden tot het verkrijgen van een formele of informele vorm van thuishulp. De mate waarin mensen lijden en hierdoor in hun functioneren worden beperkt, neemt toe met het aantal gevreesde objecten of situaties. Iemand die angst heeft voor vier objecten of situaties, zal waarschijnlijk meer worden belemmerd in zijn of haar beroepsmatige en sociale rollen, en ook een lagere kwaliteit van leven hebben, dan iemand met angst voor slechts één object of situatie. Mensen met een fobie voor bloed, injecties en/of verwondingen staan vaak onwillig tegenover het inschakelen van medische zorg, ook als hiervoor wel een medische aanleiding bestaat. En angst voor braken en stikken kan leiden tot een aanzienlijk verminderde voedselinname.