In de Verenigde Staten wordt de 12-maandsprevalentie van de specifieke fobie geschat op 8–12%. In Europese landen zijn de percentages grotendeels vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten (bijvoorbeeld ongeveer 6%), maar in Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen zijn de percentages over het algemeen lager (2–4%). Bij kinderen bedraagt de geschatte prevalentie in de verschillende landen ongeveer 5%, en bij adolescenten van 13 tot 17 jaar oud in de Verenigde Staten ongeveer 16%. Onder ouderen is de geschatte prevalentie lager (ongeveer 3–5%), wat mogelijk betekent dat de ernst op die leeftijd afneemt tot onder een klinisch niveau. Vrouwen hebben vaker een specifieke fobie dan mannen, met een verhouding van ongeveer 2 : 1.