Agorafobie
Heeft als kenmerk angst voor en vermijding van twee of meer agorafobische clusters (het openbaar vervoer, open ruimtes, afgesloten ruimtes, in de rij staan of zich in een menigte bevinden, alleen buitenshuis zijn). Bij de specifieke fobie, situationele type, beperken de angst en vermijding zich tot slechts één situatie (bijvoorbeeld hoogtes) of meerdere situaties die alle tot hetzelfde cluster behoren (bijvoorbeeld liften en vliegtuigen, beide behorend tot het cluster openbaar vervoer).
Sociale-angststoornis (sociale fobie)
Heeft als kenmerk angst en vermijding die zich beperken tot sociale situaties.
Posttraumatische-stressstoornis of acute stressstoornis
Heeft als kenmerk angst en vermijding die zich beperken tot stimuli die de betrokkene herinneren aan een levensbedreigende ervaring uit het verleden.
Obsessieve-compulsieve stoornis
Met als mogelijke kenmerk angst en vermijding in samenhang met de inhoud van de obsessies (bijvoorbeeld vermijding van vuil door iemand met een besmettingsobsessie).
Separatieangststoornis
Heeft als kenmerk angst voor of vermijding van situaties waarin een scheiding van belangrijke hechtingspersonen zou plaatsvinden.
Psychotische stoornissen
Hebben als mogelijk kenmerk vermijding die optreedt als gevolg van een waan (bijvoorbeeld het vermijden van vliegen door iemand met een paranoïde waansysteem die ervan overtuigd is dat hij of zij het doelwit zal worden van een terroristische aanslag).
Anorexia nervosa, vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis, boulimia nervosa, of eetbuistoornis
Heeft als mogelijk kenmerk vermijdingsgedrag, maar alleen gerelateerd aan het vermijden van voedsel en voedselgerelateerde stimuli.
Niet-pathologische vermijding van omschreven objecten of situaties
Hierbij gaat het ofwel om een realistische mate van vermijding gezien het werkelijke gevaar (bijvoorbeeld bij het vermijden van skydiven uit een vliegtuig) of om gedrag dat niet ernstig genoeg is om klinisch significante lijdensdruk of beperkingen te veroorzaken, vaak omdat het eenvoudig is om de fobische stimulus te vermijden (bijvoorbeeld bij iemand die bang is voor slangen, maar in een grote stad woont en daarom zelden een slang zal tegenkomen).
Voorbijgaande angsten in de kindertijd
Komen algemeen voor en duren kort, korter dan 6 maanden.