Omgeving De co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis hangt samen met prematuriteit en een laag geboortegewicht, en met prenatale blootstelling aan alcohol.

Genetica en fysiologie Er zijn beperkingen gevonden in onderliggende neurologische processen bij de visueel-motorische vaardigheden, zowel in de visueel-motorische perceptie als bij het ruimtelijke voor­stel­lings­ver­mo­gen. Mogelijk is er ook sprake van cerebellaire func­tie­stoor­nis­sen, die invloed hebben op het vermogen om snelle motorische aanpassingen te doen bij het complexer worden van de benodigde bewegingen. Wat precies de neurale basis van de co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis is, blijft echter onduidelijk. Omdat de co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis samen kan voorkomen met andere neu­ro­bi­o­lo­gi­sche ont­wik­ke­lings­stoor­nis­sen, waaronder de aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis (ADHD), specifieke leerbeperkingen en de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis, denkt men aan een ge­meen­schap­pe­lij­ke genetische achtergrond. Een consistente comorbiditeit bij tweelingen wordt echter alleen gezien bij zeer ernstige gevallen.

Factoren die het beloop beïnvloeden Mensen met ADHD en met een co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis vertonen meer beperkingen dan mensen met ADHD zonder een co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.