Sommige kinderen met een coördinatieontwikkelingsstoornis vertonen een bijkomende (meestal onderdrukte) motorische activiteit, zoals choreatiforme bewegingen van niet-ondersteunde ledematen, of spiegelbewegingen. Deze ‘overloopbewegingen’ worden ook wel neurobiologische onrijpheid of neurologische soft signs genoemd, in plaats van neurologische afwijkingen. In zowel de actuele literatuur als de klinische praktijk is het nog niet duidelijk welke rol ze bij het vaststellen van de stoornis spelen; verder onderzoek is nodig.