De co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis komt in alle culturele, etnische en so­ci­aal­eco­no­mi­sche contexten voor. Tegelijkertijd zijn er ook culturele variaties in de motorische ontwikkeling gevonden (zowel versneld als vertraagd ten opzichte van de Amerikaanse normen). Deze lijken samen te hangen met op­voe­dings­prak­tij­ken gerelateerd aan verwachtingen over onafhankelijke mobiliteit tijdens de ontwikkeling, ongelijke kansen voor mobiliteit onder kinderen in extreme armoede en verschillen in de meetmethoden. Per definitie impliceert de term ‘algemene dagelijkse le­vens­ver­rich­tin­gen (adl)’ dat culturele verschillen een rol spelen, waardoor het noodzakelijk wordt om rekening te houden met de context waarin het betreffende kind leeft, en om na te gaan of het kind voldoende gelegenheid heeft gehad om dergelijke adl-activiteiten te leren en te oefenen. De hogere prevalentie van de co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis in onderzoeken onder kinderen uit sommige lage- of mid­den­in­ko­mens­lan­den is mogelijk een aanwijzing voor de invloed van so­ci­aal­eco­no­mi­sche achterstand op de motorische ontwikkeling.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.