Psychotische stoornissen en bipolaire- en depressieve-stemmingsstoornissen met psychotische kenmerken Een delirium dat wordt gekenmerkt door levendige hallucinaties, wanen, taalstoornissen en agitatie, moet onderscheiden worden van de kortdurende psychotische stoornis, schizofrenie, de schizofreniforme stoornis en andere psychotische stoornissen, en van manische en depressieve episoden met psychotische kenmerken.
Acute stressstoornis Een delirium dat samengaat met vrees, angst en dissociatieve symptomen, zoals depersonalisatie, moet onderscheiden worden van de acute stressstoornis, die geluxeerd wordt door blootstelling aan een ernstige traumatische gebeurtenis.
Simulatie en nagebootste stoornis Een delirium kan van simulatie en de nagebootste stoornis onderscheiden worden op grond van het vaak atypische symptomatische beeld bij beide laatste, en de afwezigheid van somatische aandoeningen of middelen die etiologisch samenhangen met de cognitieve stoornis.
Andere neurocognitieve stoornissen Het meest voorkomende probleem bij de differentiële diagnostiek in het onderzoek naar verwardheid bij oudere volwassenen is het onderscheid tussen de symptomen van het delirium versus die van een uitgebreide NCS. De clinicus moet vaststellen of de betrokkene een delirium heeft; of een delirium gesuperponeerd op een eerder bestaande neurocognitieve stoornis, zoals een NCS door de ziekte van Alzheimer; of NCS zonder delirium. Het vanouds gebruikelijke onderscheid tussen delirium en een uitgebreide NCS op grond van de acuutheid van het begin en het beloop is vooral lastig te maken bij ouderen die al een NCS hebben die niet herkend is, of die na een episode met een delirium aanhoudende cognitieve beperkingen ontwikkelen. Wanneer een delirium en een uitgebreide NCS comorbide voorkomen, dient de behandeling van het delirium doorgaans voorrang te krijgen.