Naast laboratoriumuitslagen die kenmerkend zijn voor onderliggende somatische aandoeningen (of een intoxicatie of onttrekking), is er vaak een gegeneraliseerde onregelmatige vertraging van de thètagolven zichtbaar op een elektro-encefalogram (eeg), en soms wordt een snelle activiteit gevonden (bijvoorbeeld in sommige gevallen van een delirium door alcoholonttrekking). Zonder vergelijking met het premorbide baseline alfaritme kan een eeg echter geen vertraging aantonen, tenzij deze vertraging in het abnormale thèta- of deltabereik valt.