De kans op een delirium is waarschijnlijk groter bij functionele beperkingen, een al bestaande cognitieve stoornis, zintuiglijke beperkingen (bijvoorbeeld visus of gehoor), een hogere leeftijd, ernstige ziekte of comorbiditeiten, infecties, depressiviteit, een beroerte in de voor­ge­schie­de­nis en een voor­ge­schie­de­nis met alcoholgebruik. Zowel een uitgebreide als een beperkte NCS kan het risico op een delirium vergroten en het beloop compliceren. Valincidenten kunnen een gevolg zijn van een delirium maar vormen geen risicofactor. In een meta-analyse van onderzoeken uit de periode 1990–2016 was gebruik van an­ti­cho­liner­gi­ca geen gevalideerde voorspeller voor een delirium.

Oudere mensen zijn gevoeliger voor een delirium dan jongere volwassenen. Bij kinderen kan de gevoeligheid voor een delirium in de zuigelingentijd en in de kindertijd groter zijn en kan een delirium samenhangen met significante morbiditeit en mortaliteit, terwijl op jongvolwassen tot middelbare leeftijd de gevoeligheid voor een delirium en het risico op overlijden lager is.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.