De antisociale-persoonlijkheidsstoornis komt drie keer zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen. In vergelijking met mannen hebben vrouwen met deze stoornis vaker nadelige ervaringen in de kindertijd en volwassenheid gehad, zoals seksueel misbruik. Het klinische beeld kan variëren, waarbij mannen zich in vergelijking met vrouwen vaker presenteren met prikkelbaarheid/agressie en roekeloze minachting voor de veiligheid van anderen. Comorbide stoornissen in het gebruik van een middel komen vaker voor bij mannen, terwijl comorbide stemmings- en angststoornissen vaker bij vrouwen worden gezien. Wel wordt af en toe de vraag opgeworpen of de classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis mogelijk te weinig aan vrouwen wordt toegekend, wat vooral het geval zou kunnen zijn vanwege de nadruk die in de beschrijving van de normoverschrijdend-gedragsstoornis ligt op de criteria met agressie.