De classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis wordt niet toegekend als de betrokkene onder de 18 jaar is, en wordt alleen toegekend wanneer er aanwijzingen zijn dat er al voor de leeftijd van 15 jaar een normoverschrijdend-gedragsstoornis aanwezig was. Aan mensen die ouder zijn dan 18 jaar kan de classificatie normoverschrijdend-gedragsstoornis alleen worden toegekend als niet wordt voldaan aan de criteria voor de classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis.
Stoornissen in het gebruik van een middel Als antisociaal gedrag bij een volwassene samenhangt met een stoornis in het gebruik van een middel, wordt de classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis niet toegekend, tenzij er al tijdens de kinderjaren signalen waren voor de aanwezigheid van de antisociale-persoonlijkheidsstoornis die ook op volwassen leeftijd nog steeds aanwezig zijn. Wanneer het middelengebruik en het antisociale gedrag beide tijdens de kinderjaren zijn begonnen en op volwassen leeftijd voortduren, en er wordt voldaan aan de criteria voor zowel een stoornis in het gebruik van een middel als de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, moeten beide classificaties worden toegekend, ook als sommige van de antisociale daden een gevolg kunnen zijn van de stoornis in het gebruik van een middel (zoals illegale drugshandel; diefstal om aan geld voor drugs te komen).
Schizofrenie en bipolaire-stemmingsstoornissen Aan antisociaal gedrag dat alleen voorkomt tijdens het beloop van schizofrenie of een bipolaire-stemmingsstoornis moet geen classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis worden toegekend.
Andere persoonlijkheidsstoornissen Andere persoonlijkheidsstoornissen kunnen worden verward met de antisociale-persoonlijkheidsstoornis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om deze stoornissen van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter persoonlijkheidskenmerken heeft die behalve aan de criteria voor de antisociale-persoonlijkheidsstoornis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere persoonlijkheidsstoornissen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend. De antisociale-persoonlijkheidsstoornis en de narcistische-persoonlijkheidsstoornis hebben met elkaar gemeen dat de betrokkenen emotieloos, glad en oppervlakkig kunnen zijn, misbruik kunnen maken van anderen, en geen of weinig empathie kunnen hebben. Maar bij de narcistische-persoonlijkheidsstoornis horen niet de kenmerken impulsiviteit, agressie en oneerlijkheid. Verder hebben mensen met een normoverschrijdend-gedragsstoornis over het algemeen minder behoefte aan de bewondering en afgunst van anderen, en ontbreekt bij mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis gewoonlijk de achtergrond van een normoverschrijdend-gedragsstoornis in de kindertijd of crimineel gedrag op volwassen leeftijd. De antisociale-persoonlijkheidsstoornis en de histrionische-persoonlijkheidsstoornis hebben met elkaar gemeen dat de betrokkenen geneigd zijn tot impulsiviteit, oppervlakkigheid, spanning zoeken, en roekeloosheid, en tot verleidend en manipulatief gedrag, maar mensen met een histrionische-persoonlijkheidsstoornis zijn over het algemeen overdrevener in de uiting van hun emoties, en antisociaal gedrag is niet karakteristiek voor hen. Mensen met een histrionische- of een borderline-persoonlijkheidsstoornis manipuleren om te bereiken dat er voor hen wordt gezorgd, terwijl het manipulatieve gedrag van mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis persoonlijk gewin, macht of een andere, materiële beloning tot doel heeft. Mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis zijn over het algemeen minder emotioneel instabiel en agressiever dan mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Sommige mensen met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis kunnen antisociaal gedrag vertonen, maar dit gedrag wordt gewoonlijk niet gemotiveerd door het verlangen naar persoonlijk gewin of de wens anderen te gebruiken, zoals bij de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, maar moet eerder worden toegeschreven aan de intentie om wraak te nemen.
Crimineel gedrag dat niet met een psychische stoornis samenhangt De antisociale-persoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van antisociaal gedrag dat niet te wijten is aan een psychische stoornis, bijvoorbeeld crimineel gedrag dat wordt ondernomen voor persoonlijk gewin zonder de voor deze stoornis kenmerkende persoonlijkheidstrekken. In deze gevallen kan de ICD-code voor ‘antisociaal gedrag voor volwassene’ worden toegekend (zie het hoofdstuk ‘Andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn’).