Op basis van een aselecte substeekproef werd de prevalentie van de antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis in deel II van de National Comorbidity Survey Replication in de Verenigde Staten geschat op 0,6 %. In de National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions was de prevalentie 3,6%. Bij een review van zeven epi­de­mi­o­lo­gi­sche onderzoeken (waarvan zes in de Verenigde Staten) werd een mediane prevalentie van 3,6% gevonden. De hoogste prevalenties (hoger dan 70%) van de antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn gevonden in groepen mannen met de ernstigste vormen van de stoornis in het gebruik van alcohol, en in ver­sla­vings­kli­nie­ken, gevangenissen of andere forensische instellingen. De levenslange prevalentie lijkt vergelijkbaar voor Amerikanen van Europese en Afrikaanse afkomst, en lager bij Amerikanen van Latijns-Amerikaanse en Aziatische afkomst. De prevalentie is vaak hoger in steekproeven waarin sprake is van ongunstige so­ci­aal­eco­no­mi­sche factoren (armoede) of sociaal-culturele factoren (migratie).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.