Een minderheid van de mensen met een normoverschrijdendg-edragsstoornis vertoont kenmerken die in aanmerking komen voor de specificatie ‘met beperkte prosociale emoties’. De indicatoren voor deze specificatie zijn eigenschappen die in onderzoek vaak zijn beschreven als gevoelloos en emotieloos. Daarnaast kunnen mensen met de in deze specificatie beschreven eigenschappen ook andere persoonlijkheidskenmerken hebben, zoals sensatiezoekend gedrag, geen angst kennen, en ongevoeligheid voor straf. Mensen met de in deze specificatie beschreven kenmerken hebben een grotere kans op het vertonen van instrumentele agressie, gepland voor eigen gewin. Voor alle subtypen en alle ernstniveaus geldt dat mensen met de stoornis kenmerken kunnen hebben die passen bij de specificatie ‘met beperkte prosociale emoties’, maar mensen voor wie deze specificatie geldt, hebben vaker het subtype met begin in de kindertijd, en voor hen zal de ernstspecificatie vaker ‘ernstig’ luiden.
In sommige onderzoeken is ondersteuning gevonden voor de validiteit van zelfrapportage om de aanwezigheid van de specificatie te bevestigen, maar mensen met deze specificatie zullen niet snel bereid zijn om deze eigenschappen tijdens een klinisch interview toe te geven. Voor het onderzoeken van de criteria voor deze specificatie is dan ook informatie uit meerdere bronnen noodzakelijk. En aangezien de indicatoren voor de specificatie kenmerken zijn die iets zeggen over het karakteristieke patroon van interpersoonlijk en emotioneel functioneren, is het belangrijk dat beschrijvingen worden meegewogen van anderen die de betrokkene al sinds lange tijd kennen, in verschillende relaties en settings (zoals de ouders, leraren, collega’s, verdere familieleden, leeftijdgenoten).