De normoverschrijdend-gedragsstoornis kan al tijdens de peuter- en kleuterleeftijd beginnen, maar de eerste duidelijk merkbare symptomen treden meestal op in de periode van halverwege de kinderjaren tot halverwege de adolescentie. De oppositionele-opstandige stoornis is vaak een voorbode van het type met begin in de kindertijd van de normoverschrijdend-gedragsstoornis. In de kindertijd komen de symptomen van fysieke agressie vaker voor dan de andere symptomen, maar tijdens de adolescentie komen de niet-agressiegerelateerde symptomen vaker voor dan de agressiesymptomen.
De normoverschrijdend-gedragsstoornis kan ook bij volwassenen worden gediagnosticeerd, maar de symptomen van de stoornis ontstaan gewoonlijk tijdens de kinderjaren of de adolescentie, en een beginleeftijd boven de 16 jaar is zeldzaam. Het verdere beloop van de stoornis varieert. Bij een meerderheid van de mensen met de stoornis verdwijnt deze tegen de tijd dat ze de volwassen leeftijd bereiken. Veel mensen met een normoverschrijdend-gedragsstoornis — vooral degenen bij wie de stoornis in de adolescentie ontstaat en degenen met minder en minder ernstige symptomen — slagen er op volwassen leeftijd in om tot een adequate sociale en beroepsmatige aanpassing te komen. Het type met begin in de kindertijd voorspelt echter een ongunstiger beloop en een verhoogd risico op crimineel gedrag, het voortduren van de normoverschrijdend-gedragsstoornis, en middelgerelateerde stoornissen op volwassen leeftijd. Mensen met een normoverschrijdend-gedragsstoornis hebben als volwassene een verhoogd risico op stemmingsstoornissen, angststoornissen, een posttraumatische-stressstoornis, impulsbeheersingsstoornissen, psychotische stoornissen en middelgerelateerde stoornissen.
De symptomen van de stoornis veranderen mee naarmate de betrokkene opgroeit en hij of zij lichamelijk sterker wordt, zich verstandelijk verder ontwikkelt en zich seksueel ontwikkelt. De eerste symptomatische gedragingen zijn over het algemeen minder ernstig (liegen, winkeldiefstal bijvoorbeeld); de normoverschrijdende gedragsproblemen die in de laatste fase ontstaan, zijn vaak ernstiger (verkrachting bijvoorbeeld, of roofovervallen). Er zijn echter grote individuele verschillen, en er zijn ook mensen met de stoornis die al op jonge leeftijd het gedrag vertonen dat ernstigere schade veroorzaakt (wat, als dit het geval is, een ongunstig beloop voorspelt). Als mensen met een normoverschrijdend-gedragsstoornis de volwassen leeftijd bereiken, kunnen de symptomen van agressie, vernieling van eigendommen, bedrog, en het overtreden van regels, met inbegrip van geweld tegen collega’s, partners en kinderen, zowel thuis als op het werk in een zodanige mate optreden dat de aanwezigheid van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis moet worden overwogen.