Er zijn drie subtypen mogelijk van de normoverschrijdend-gedragsstoornis, die zijn gebaseerd op de leeftijd waarop de stoornis ontstaat. Zowel het subtype ‘met begin in de kindertijd’ als het subtype ‘met begin in de adolescentie’ kan in een lichte, matige of ernstige vorm optreden. Voor gevallen waarin er onvoldoende informatie is om de beginleeftijd te kunnen vaststellen, is er een type ‘begin ongespecificeerd’.
Bij de normoverschrijdend-gedragsstoornis met begin in de kindertijd gaat het meestal om jongens die verstoorde relaties hebben met hun leeftijdgenoten, in hun vroege kinderjaren mogelijk al een oppositionele-opstandige stoornis hadden, en gewoonlijk al voor de puberteit symptomen laten zien die volledig voldoen aan de criteria voor de normoverschrijdend-gedragsstoornis. Bij mensen met het subtype met begin in de kindertijd is de kans op agressiviteit jegens anderen mogelijk groter dan bij mensen bij wie de stoornis tijdens de adolescentie begint. Veel kinderen met dit subtype hebben daarnaast ook de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) of andere neurobiologische ontwikkelingsmoeilijkheden. Mensen met het subtype met begin in de kindertijd hebben een grotere kans dat de stoornis bij hen persisteert tot op volwassen leeftijd dan mensen bij wie de stoornis tijdens de adolescentie begint. Verder hebben mensen bij wie de stoornis tijdens de adolescentie begint normalere relaties met leeftijdgenoten (hoewel ze de normoverschrijdende gedragsproblemen wel vaak vertonen in het gezelschap van anderen).