Andere psychische stoornissen met psychosesymptomen De paranoïde-persoonlijkheidsstoornis kan worden onderscheiden van de waanstoornis (achtervolgingstype), schizofrenie en een bipolaire- of depressieve-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken doordat al deze stoornissen worden gekenmerkt door een periode van aanhoudende psychosesymptomen (zoals wanen en hallucinaties). Voor een extra classificatie paranoïde-persoonlijkheidsstoornis moet de persoonlijkheidsstoornis al aanwezig zijn geweest voordat de psychosesymptomen begonnen, en voortduren als deze symptomen in remissie zijn. Als iemand een persisterende andere psychotische stoornis heeft (zoals schizofrenie) die is voorafgegaan door een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis, moet de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis ook worden geregistreerd, gevolgd door ‘premorbide’ tussen haakjes.
Persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening De paranoïdepersoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van een persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening, waarbij de trekken die iemand ontwikkelt een direct fysiologisch gevolg zijn van een somatische aandoening.
Stoornissen in het gebruik van een middel De paranoïde-persoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met het persisterende gebruik van een middel.
Paranoïde trekken in samenhang met lichamelijke handicaps De stoornis moet ook worden onderscheiden van paranoïde trekken die samenhangen met de ontwikkeling van lichamelijke handicaps (zoals gehoorverlies).
Andere persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidstrekken Andere persoonlijkheidsstoornissen kunnen worden verward met de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om deze stoornissen van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter persoonlijkheidskenmerken heeft die behalve aan de criteria voor de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere persoonlijkheidsstoornissen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend.
De paranoïde- en de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis hebben de volgende kenmerken met elkaar gemeen: achterdocht; ontoeschietelijkheid in het contact met anderen; en het vormen van paranoïde denkbeelden; maar bij de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis is daarnaast ook sprake van symptomen als: magisch denken, ongewone perceptuele ervaringen, en een eigenaardige manier van denken en spreken. Mensen met gedrag dat voldoet aan de criteria voor de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis komen op anderen vaak over als vreemd, excentriek, kil en ontoeschietelijk, maar paranoïde ideeënvorming is bij hen meestal niet zo op de voorgrond aanwezig. De geneigdheid van mensen met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis om op onbetekenende stimuli te reageren met boosheid, wordt ook gezien bij de histrionische- en de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Bij deze twee stoornissen hoeft er echter geen sprake te zijn van breed aanwezige achterdocht, en bij de borderline-persoonlijkheidsstoornis is er meer impulsiviteit en zelfdestructief gedrag. Iemand met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis kan met iemand met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis gemeen hebben dat hij of zij onwillig is om anderen in vertrouwen te nemen, maar bij de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis komt dat meer voort uit de angst voor gek te staan of door anderen als niet goed genoeg te worden beschouwd dan uit de angst voor kwade bedoelingen van anderen. Sommige mensen met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis kunnen antisociaal gedrag vertonen, maar dit gebeurt gewoonlijk niet vanuit de behoefte aan persoonlijk gewin of om anderen te gebruiken, zoals bij de antisociale-persoonlijkheidsstoornis; het heeft vaker te maken met een behoefte aan wraak. Mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis kunnen zich soms achterdochtig tonen, zich terugtrekken uit sociale contacten, of vervreemden van de wereld om hen heen, maar bij hen wordt dit gedrag vooral veroorzaakt door de angst dat hun onvolmaaktheden of gebreken zullen worden gezien.
Vooral in bedreigende omgevingen kunnen paranoïde trekken soms adaptief zijn. De classificatie paranoïde-persoonlijkheidsstoornis moet alleen worden toegekend als deze trekken inflexibel, maladaptief en persisterend zijn en bovendien significante beperkingen in het functioneren of lijdensdruk veroorzaken.