Paranoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis

Paranoid personality disorder

F60.0

CLASSIFICATIECRITERIA

AEen pervasief wantrouwen en achterdocht tegenover andere mensen, waarbij hun motieven worden geïnterpreteerd als kwaadwillend, beginnend op jongvolwassen leeftijd, en aanwezig in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

1Verdenkt, zonder gegronde redenen, anderen ervan dat ze hem of haar uitbuiten, schade berokkenen of bedriegen.

2Is gepreoccupeerd door on­ge­recht­vaar­dig­de twijfels over de loyaliteit of betrouwbaarheid van vrienden of collega’s.

3Is onwillig om anderen in vertrouwen te nemen vanwege een on­ge­recht­vaar­dig­de vrees dat de informatie op een kwaadaardige manier tegen hem of haar zal worden gebruikt.

4Zoekt verborgen kleinerende of bedreigende betekenissen achter onschuldige opmerkingen of voorvallen.

5Koestert persisterende wrok (vergeeft beledigingen, kwetsingen of kleinerende opmerkingen niet).

6Bespeurt aanvallen op zijn of haar karakter of reputatie die voor anderen niet duidelijk waarneembaar zijn en reageert algauw boos of met een tegenaanval.

7Heeft recidiverend on­ge­recht­vaar­dig­de twijfels over de trouw van echtgenoot of partner.

BDe stoornis treedt niet uitsluitend op in het beloop van schizofrenie, een bipolaire- of depressieve-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken, of een andere psychotische stoornis, en kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een somatische aandoening.

NB Als voorafgaand aan het ontstaan van schizofrenie aan de criteria wordt voldaan, voeg dan de aanduiding ‘premorbide’ toe als volgt: ‘paranoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (premorbide)’.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.