Het hoofdkenmerk van de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis is een pervasief patroon van wantrouwen en achterdocht tegenover andere mensen dat ertoe leidt dat andermans motieven worden geïnterpreteerd als kwaadwillend. Dit patroon begint op jongvolwassen leeftijd en speelt in een breed scala van contexten.
Mensen met deze stoornis gaan ervan uit dat andere mensen erop uit zijn om hen te gebruiken, kwaad te doen of te bedriegen, ook als er geen bewijs is dat deze verwachting klopt (criterium A1). Op basis van weinig of geen feitelijke aanwijzingen koesteren zij de verdenking dat anderen tegen hen samenspannen en hen elk moment zonder aanleiding kunnen attaqueren. Deze mensen hebben vaak het gevoel dat ze diep en onherstelbaar zijn geschaad door iemand anders of door meerdere mensen, ook als hier geen objectief bewijs voor bestaat. Ze worden in beslag genomen door ongerechtvaardigde twijfels over de loyaliteit of betrouwbaarheid van hun vrienden en collega’s, van wie ze het handelen voortdurend onder de loep nemen, op zoek naar bewijzen voor vijandige intenties (criterium A2). Alles wat in hun beleving afwijkt van betrouwbaarheid en loyaliteit, gebruiken ze als bewijs voor hun onderliggende aannames. Als een vriend of collega zich loyaal toont, zijn ze zo verbaasd dat ze het niet kunnen geloven of vertrouwen. En als deze mensen in de problemen komen, verwachten ze dat vrienden of collega’s hen zullen attaqueren of negeren.
Mensen met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis zijn onwillig om anderen in vertrouwen te nemen of toenadering te zoeken tot anderen, omdat ze bang zijn dat de informatie die ze prijsgeven tegen hen zal worden gebruikt (criterium A3). Ze kunnen weigeren om persoonlijke vragen te beantwoorden, en zeggen dan dat die informatie ‘niemand iets aangaat’. In onschuldige opmerkingen of voorvallen zien zij verborgen betekenissen die kleinerend en bedreigend zijn (criterium A4). Iemand met deze stoornis kan bijvoorbeeld in een winkel een oprechte vergissing van een kassamedewerker met het teruggeven van wisselgeld opvatten als een doelbewuste poging hem of haar af te zetten, of een terloopse flauwe opmerking van een collega beschouwen als serieuze kritiek op zijn of haar karakter. Complimenten worden vaak verkeerd opgevat (een compliment over een binnengehaalde opdracht wordt bijvoorbeeld beschouwd als kritiek op het egoïsme van de betrokkene; een compliment over een geleverde prestatie wordt beschouwd als een poging om aan te dringen op nog meer en betere prestaties). Een hulpaanbod kan door iemand met deze stoornis worden opgevat als kritiek dat hij of zij het er alleen niet goed genoeg vanaf brengt.
Mensen met deze stoornis koesteren altijd wrok en zijn niet bereid om anderen de in hun beleving aangedane beledigingen, kwetsingen of kleinerende opmerkingen te vergeven (criterium A5). Onbetekenende vervelende opmerkingen roepen een sterke vijandigheid op en die vijandige gevoelens houden langdurig aan. Aangezien deze mensen voortdurend op hun hoede zijn voor de kwaadwillende intenties van anderen, hebben ze vaak het gevoel dat er een aanval op hun karakter of reputatie wordt gedaan of dat hun op een andere manier onrecht wordt gedaan. Ze gaan snel in de tegenaanval en reageren boos op vermeende beledigingen die ze zelf waarnemen (criterium A6). Mensen met deze stoornis kunnen pathologisch jaloers zijn en verdenken hun (huwelijks)partner er vaak van hen te bedriegen, zonder dat hier een gegronde reden voor is (criterium A7). Ze proberen hun jaloerse denkbeelden te onderbouwen door triviaal en indirect ‘bewijs’ te verzamelen. Om maar te voorkomen dat ze worden bedrogen, willen deze mensen hun partner volledig onder controle houden; ze vallen hun partner constant lastig met vragen over waar hij of zij heeft uitgehangen, wat hij of zij heeft gedaan en van plan is, en of hij of zij de betrokkene ontrouw is geweest.
De classificatie paranoïde-persoonlijkheidsstoornis moet niet worden toegekend als dit gedragspatroon uitsluitend optreedt tijdens het beloop van schizofrenie, een bipolaire- of depressieve-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, of een andere psychotische stoornis, of als het gedrag kan worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een neurologische aandoening (zoals epilepsie van de frontaalkwab) of een andere somatische aandoening (criterium B).