De paranoïde-persoonlijkheidsstoornis kan al tijdens de kinderjaren en de adolescentie voor het eerst tot uiting komen, en uit zich dan in eenzelvigheid, slechte relaties met leeftijdgenoten, sociale angst, onderpresteren op school, en interpersoonlijke hypersensitiviteit. Het ontstaan van een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis bij adolescenten hangt samen met een voorgeschiedenis van mishandeling in de kindertijd, externaliserende symptomen, pesten van leeftijdgenoten en interpersoonlijke agressie op volwassen leeftijd.