CLASSIFICATIECRITERIA
AEen ononderbroken ziekteperiode waarin een depressieve of manische stemmingsepisode aanwezig is gelijktijdig met kenmerken uit criterium A voor schizofrenie.
NB De depressieve episode moet voldoen aan criterium A1: verlaagde stemming.
De aanwezigheid van psychotische en stemmingssymptomen is het hoofdkenmerk van de schizoaffectieve stoornis. Er moet sprake zijn van een ononderbroken periode waarin depressieve of manische symptomen gelijktijdig met de psychosesymptomen uit criterium A (voor schizofrenie) aanwezig zijn. In feite is de daadwerkelijke duur van de overlap van symptomen voor veel, en misschien wel de meeste betrokkenen, een kwestie van maanden of jaren, niet van dagen of weken.
BGedurende twee of meer weken binnen de gehele duur van de ziekte moet sprake zijn van wanen of hallucinaties in afwezigheid van een depressieve of manische stemmingsepisode.
Een belangrijke verandering in de DSM-5 is dat psychotische symptomen gedurende twee of meer weken aanwezig moeten zijn in afwezigheid van een (depressieve of manische) stemmingsepisode ‘binnen de gehele duur van de ziekte’, in plaats van ‘in dezelfde ziekteperiode’, zoals gesteld in de DSM-IV. Deze wijziging is ingegeven door het doel om expliciet te maken dat de classificatie van de schizoaffectieve stoornis is gebaseerd op de beoordeling van psychotische en stemmings-symptomen tijdens de gehele duur van de stoornis. De term ‘ziekteperiode’ kon volgens de DSM-IV betrekking hebben op minimaal een enkele episode van de stoornis die minstens één maand duurt (om te voldoen aan criterium A), tot maximaal de gehele duur van de stoornis. Om de betrouwbaarheid te vergroten, werd de classificatie in de DSM-IV tot een specifieke episode beperkt. Dit had als gevolg dat iemand op verschillende momenten tijdens zijn of haar ziekte een classificatie schizoaffectieve stoornis, schizofreniforme stoornis, schizofrenie of zelfs een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken toegekend kon krijgen.
CDe symptomen die voldoen aan de criteria voor een stemmingsepisode zijn het grootste deel van de actieve en restfase van de ziekte aanwezig.
De DSM-IV-formulering ‘belangrijk gedeelte van de totale duur van de actieve en restfase van de ziekte’ is in de DSM-5 vervangen door ‘het grootste deel van de actieve en restfase van de ziekte’. Deze verandering was nodig vanwege de lage betrouwbaarheid van het criterium en de beperkte klinische bruikbaarheid. Bovendien kan het relatieve aandeel van de stemmings- en psychosesymptomen met de tijd veranderen, en gebruikten clinici en onderzoekers vaak verschillende drempels bij de toepassing van dit criterium. Onderzoekers van verschillende grote onderzoeken hadden als grenswaarde 30% van de totale duur van de stemmingsepisoden genomen (in relatie tot de totale duur van de psychose), maar na het bestuderen van de gegevens van field trials adviseerde de werkgroep Psychotic Disorders een grenswaarde van 50%, zoals de term ‘grootste deel’ al aangeeft. Wat ook nieuw is in de DSM-5 is het vereiste in criterium C dat de aanwezigheid van stemmingssymptomen niet alleen tijdens een lopende ziekteperiode vastgesteld moet worden, maar over het gehele beloop van een psychotische stoornis. Als de stemmingssymptomen slechts gedurende een relatief korte periode aanwezig zijn, dan is de classificatie schizofrenie geëigender dan die van schizoaffectieve stoornis. Bij het bepalen of iemand voldoet aan criterium C moet de clinicus de totale duur van de psychotische ziekte opnieuw bekijken (dat wil zeggen zowel actieve als restsymptomen) en bepalen wanneer significante stemmingssymptomen (onbehandeld of waarvoor behandeling met antidepressiva en/of stemmingsstabiliserende medicatie noodzakelijk is) tegelijkertijd met de psychotische symptomen optraden. Dit vraagt om historische informatie en een klinisch oordeel. Bijvoorbeeld iemand met een voorgeschiedenis van vier jaar met actieve en restsymptomen van schizofrenie, ontwikkelt depressieve en manische episoden die gezamenlijk niet meer dan één jaar uitmaken van de vier jaar dat de psychotische ziekte duurt. Dit beeld zou niet aan criterium C voldoen. De juiste classificatie in dit voorbeeld is schizofrenie, met een depressieve stoornis als aanvullende classificatie voor de comorbide depressieve episode.
DDe stoornis kan niet worden toegeschreven aan de effecten van een middel (zoals een drug of medicatie) of aan een somatische aandoening.
Somatische aandoeningen, medicijnen en drugs moeten worden uitgesloten als oorzaak van de stoornis.
→Specificeer of:
F25.0 Bipolaire type Dit subtype is van toepassing als er in het beeld een manische episode voorkomt. Daarnaast kunnen ook episoden van een depressieve stoornis optreden.
F25.1 Depressieve type Dit subtype geldt als alleen episoden van een depressieve stoornis in het beeld voorkomen.
De clinicus kan met subtypen aangeven of het beeld een manische episode bevat (bipolaire type) of dat er alleen depressieve episoden optreden (depressieve type). De aanwezigheid van katatonie kan gespecificeerd worden, evenals het beloop en de actuele ernst.
→Specificeer indien:
Met katatonie (zie voor de definitie de criteria voor katatonie bij een andere psychische stoornis).
Coderingsaanwijzing Gebruik om de aanwezigheid van comorbide katatonie aan te geven de extra code F06.1 katatonie bij schizoaffectieve stoornis.
De clinicus kan met subtypen aangeven of het beeld een manische episode bevat (bipolaire type) of dat er alleen depressieve episoden optreden (depressieve type). De aanwezigheid van katatonie kan gespecificeerd worden, evenals het beloop en de actuele ernst.
→Specificeer indien:
De volgende specificaties voor het beloop dienen pas te worden gebruikt nadat de stoornis één jaar heeft geduurd, en als ze niet in tegenspraak zijn met de criteria voor het beloop.
Eerste episode, momenteel in acute episode Eerste manifestatie van de stoornis die voldoet aan de symptoom- en tijdscriteria. Een acute episode is een tijdsperiode waarin aan de symptoomcriteria wordt voldaan.
Eerste episode, momenteel gedeeltelijk in remissie Gedeeltelijk in remissie betreft een periode waarin na een eerdere episode een verbetering standhoudt en waarin slechts gedeeltelijk wordt voldaan aan de criteria voor de stoornis.
Eerste episode, momenteel volledig in remissie Volledig in remissie betreft een periode waarin er geen stoornisspecifieke symptomen aanwezig zijn.
Multipele episoden, momenteel in acute episode De specificatie multipele episoden kan worden toegekend na een minimum van twee episoden (na een eerste episode, een remissie en minimaal één terugval).
Multipele episoden, momenteel gedeeltelijk in remissie
Multipele episoden, momenteel volledig in remissie
Continu De symptomen die volledig voldoen aan de symptoomcriteria voor de stoornis blijven het grootste deel van het ziektebeloop bestaan, en de perioden met subklinische symptomen zijn vergeleken met het beloop als geheel relatief erg kort.
Ongespecificeerd
De clinicus kan met subtypen aangeven of het beeld een manische episode bevat (bipolaire type) of dat er alleen depressieve episoden optreden (depressieve type). De aanwezigheid van katatonie kan gespecificeerd worden, evenals het beloop en de actuele ernst.
→Specificeer actuele ernst:
De ernst wordt beoordeeld met behulp van een kwantitatieve meting van de primaire psychosesymptomen: wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd spreken, abnormale psychomotoriek en negatieve symptomen. Van elk van deze symptomen kan de maximale ernst gedurende de voorafgaande week worden gescoord op een 5-puntsschaal van 0 (niet aanwezig) tot 4 (aanwezig en ernstig). (Zie ‘Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen’ in het hoofdstuk ‘Meetinstrumenten’.)
De clinicus kan met subtypen aangeven of het beeld een manische episode bevat (bipolaire type) of dat er alleen depressieve episoden optreden (depressieve type). De aanwezigheid van katatonie kan gespecificeerd worden, evenals het beloop en de actuele ernst.
NB De classificatie schizoaffectieve stoornis kan worden toegekend zonder deze specificatie van ernst te gebruiken.