Onderscheid met de schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis
Heeft als vereiste de aanwezigheid van een somatische aandoening in de etiologie. De classificatie schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis wordt niet toegekend als alle psychotische of stem­mings­symp­to­men volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.
Heeft als voorwaarde dat de psychotische en stem­mings­symp­to­men worden veroorzaakt door gebruik van een middel (met inbegrip van bijwerkingen van medicatie). De classificatie schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis wordt niet toegekend als de psychotische of stem­mings­symp­to­men volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel (of medicatie).
Heeft als kenmerk de afwezigheid van stem­mingsepi­so­den of, als er wel stem­mingsepi­so­den zijn geweest, dat de stem­mingsepi­so­den dan slechts een relatief klein deel van de totale duur van de actieve en restfasen van de ziekte aanwezig waren.
Heeft als kenmerk psy­cho­se­symp­to­men die uitsluitend tijdens manische of depressieve episoden optreden.
Heeft als kenmerk wanen die optreden in afwezigheid van andere symptomen die voldoen aan criterium A in de DSM-5 voor schizofrenie (namelijk prominent aanwezige auditieve of visuele hallucinaties, ge­des­or­ga­ni­seerd spreken, ernstig ge­des­or­ga­ni­seerd of katatoon gedrag, negatieve symptomen).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.