Een stoornis in het gebruik van cannabis kan op ieder moment tijdens het leven beginnen, maar ontstaat meestal tijdens de adolescentie of jongvolwassenheid. De groeiende acceptatie van het gebruik van medicinale en recreatieve cannabis is mogelijk van invloed op het ontstaan en het beloop van de stoornis, wat kan leiden tot een stijging van het percentage oudere volwassenen bij wie voor het eerst een stoornis in het gebruik van cannabis ontstaat.
Een stoornis in het gebruik van cannabis ontwikkelt zich meestal in de loop van een langere periode, al verloopt deze bij adolescenten wellicht sneller, vooral wanneer zij daarnaast ook gedragsproblemen vertonen. Bij de meeste mensen bij wie zich deze stoornis ontwikkelt, ontstaat een patroon van cannabisgebruik dat, zowel in frequentie als hoeveelheid, geleidelijk toeneemt. Sinds ongeveer 2010 heeft cannabis in de Verenigde Staten alcohol en tabak steeds meer verdrongen als de eerste psychoactieve stof die in de adolescentie wordt gebruikt. Dit kan worden toegeschreven aan de toegenomen opvatting onder adolescenten en volwassenen dat cannabisgebruik niet schadelijk zou zijn en het feit dat veel mensen het gebruik van cannabis als minder schadelijk zien dan het gebruik van alcohol of tabak.
Een stoornis in het gebruik van cannabis vóór de tienerleeftijd, tijdens de adolescentie en de jongvolwassenheid vertoont samenhang met een verhoogde prikkelbehoefte (novelty seeking) en risicozoekend, normoverschrijdend en/of delinquent gedrag of de normoverschrijdend-gedragsstoornis. In lichtere gevallen van de stoornis in het gebruik van cannabis onder jongeren is er sprake van een aanhoudend gebruik, ondanks dat dit duidelijk voor problemen zorgt doordat leeftijdgenoten, de schoolleiding of gezinsleden het gebruik afkeuren, en kan tevens het risico verhogen op lichamelijke of gedragsmatige gevolgen voor de jongere. In de ernstigere gevallen vindt er een geleidelijke ontwikkeling plaats tussen het in afzondering gebruiken en het gedurende de hele dag gebruiken, zodanig dat dit het dagelijkse functioneren belemmert en de plaats inneemt van eerdere prosociale activiteiten.
Bij volwassenen gaat een stoornis in het gebruik van cannabis gewoonlijk gepaard met een lang bestaand patroon van dagelijks gebruik van cannabis, dat de betrokkene blijft volhouden ondanks dat dit duidelijke psychosociale en somatische problemen oplevert. Veel volwassenen hebben vaak de wens te stoppen of hebben hiertoe meermaals een mislukte poging ondernomen. De lichtere gevallen bij volwassenen lijken op de lichtere gevallen bij adolescenten, waarbij cannabis niet vaak en ook niet in grote hoeveelheden wordt gebruikt, maar het gebruik niet wordt gestaakt, ondanks dat een langdurig gebruik ingrijpende gevolgen kan hebben. De gebruikspercentages van volwassenen op middelbare leeftijd en ouder in de Verenigde Staten nemen toe, mogelijk door de toename in verkrijgbaarheid en acceptatie, en wellicht ook door de hoge gebruiksprevalentie in de groep mensen die eind jaren zestig en begin jaren zeventig jongvolwassen waren (het zou dan gaan om een cohorteffect van de babyboomgeneratie).
Een vroeg begin van gebruik van cannabis (vóór de leeftijd van 15 jaar) is een krachtige voorspeller voor de ontwikkeling van een stoornis in het gebruik van cannabis, andere stoornissen in het gebruik van een middel, en psychische stoornissen tijdens de jongvolwassenheid. Een zodanig vroeg begin treedt vaak gelijktijdig op met externaliserende problemen (bijvoorbeeld symptomen van een normoverschrijdend-gedragsstoornis). Een vroeg begin is echter ook een voorspeller voor internaliserende problemen, en is als zodanig waarschijnlijk een algemene risicofactor voor de ontwikkeling van een psychische stoornis.