Mensen die geregeld cannabis gebruiken, melden vaak dat zij dit doen om beter met hun stemmings-, slaap-, woede-, pijn- of andere somatische of psychische problemen te kunnen omgaan, en mensen met een stoornis in het gebruik van cannabis lijden dikwijls aan andere, gelijktijdig optredende psychische stoornissen. Bij een zorgvuldige beoordeling blijkt gewoonlijk dat het gebruik van cannabis heeft geleid tot een exacerbatie van deze symptomen en meldt de betrokkene ook andere redenen waarom hij of zij vaak gebruikt (bijvoorbeeld: om met de hiervoor genoemde problemen om te gaan, om een eufoor gevoel te krijgen, bij wijze van plezierige sociale activiteit). Door chronisch gebruik van cannabis kan een gebrek aan motivatie ontstaan dat overeenkomt met dat van een persisterende depressieve stoornis (dysthymie).
Aangezien sommige cannabisgebruikers onderrapporteren over de hoeveelheid of de frequentie van hun gebruik, zal een stoornis in het gebruik van cannabis beter gesignaleerd worden als de clinicus alert is op de algemene klachten en verschijnselen van cannabisgebruik en -intoxicatie. Aanvullende symptomen van een acuut en chronisch gebruik zijn onder andere rode ogen (conjunctivale vaatinjectie), een geur van cannabis op de kleding, een gelige verkleuring van de vingertoppen (door het roken van joints), chronisch hoesten, het branden van wierook (om de geur te maskeren), en een bovenmatige hunkering en impuls om, soms op vreemde tijdstippen van de dag of nacht, specifieke voedingsmiddelen te nuttigen.