Een stoornis in het gebruik van cannabis kan in veel opzichten het psychosociale en cognitieve functioneren en de gezondheid in gevaar brengen. Hoewel kortdurende beperkingen als gevolg van intoxicatie door cannabis moeilijk te onderscheiden kunnen zijn van de functionele gevolgen van een stoornis in het gebruik van cannabis op langere termijn, kunnen de cognitieve functies (met name de hogere executieve functies) bij can­na­bis­ge­brui­kers, zelfs als zij niet onder invloed zijn, cumulatief en do­sis­af­han­ke­lijk zijn aangetast, wat kan bijdragen aan problemen op school of op het werk. Ongevallen die het gevolg zijn van risicovolle activiteiten terwijl men onder invloed is (zoals autorijden, sporten, bepaalde werkzaamheden) zijn ook een punt van zorg. Met name pla­ce­bo­ge­con­tro­leer­de onderzoeken en grootschalige epi­de­mi­o­lo­gi­sche studies tonen aan dat cannabisgebruik de reactietijd, de ruimtelijke waarneming en de besluitvorming van bestuurders nadelig beïnvloedt. Gebruik van cannabis blijkt ook samen te gaan met een afname van de doelgerichte activiteit en van de zelfredzaamheid, wat door sommigen het ‘amotivationeel syndroom’ wordt genoemd. Dit uit zich in slechte school­pres­ta­ties en problemen op het werk. Op soortgelijke wijze worden bij mensen met een stoornis in het gebruik van cannabis vaak problemen met sociale relaties gerapporteerd die samenhangen met het cannabisgebruik. Gebruik van cannabis blijkt samen te gaan met een lagere tevredenheid over het leven en een toename van ggz-behandelingen en zie­ken­huis­op­na­mes.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.