Als biologische marker voor cannabisgebruik wordt vaak 11-nor-9-carboxy-delta-9-tetrahydrocannabinol (THCCOOH) gebruikt, die in urine gedetecteerd kan worden. Bij frequente gebruikers blijft het urineonderzoek op THCCOOH vaak nog weken na het laatste gebruik positief, waardoor de toepassing ervan (bijvoorbeeld voor remissiestatus) beperkt is. Om de resultaten betrouwbaar te interpreteren is deskundigheid op het gebied van deze urinetestmethode nodig. Een positieve testuitslag kan echter nuttig zijn bij het werken met mensen die elk gebruik ontkennen ondanks de bezorgdheid van familie of vrienden. Tests voor de aanwezigheid van cannabinoïden in bloed, met preciezere meetresultaten, zijn in ontwikkeling. Ook zijn er ontwikkelingen rond de detectie in orale vloeistoffen, waarmee uiteindelijk langs de weg getest kan worden ten behoeve van de verkeersveiligheid.