De comorbiditeit van de stoornis in het gebruik van cannabis met andere stoornissen in het gebruik van een middel (bijvoorbeeld alcohol, cocaïne, opioïden) is hoog. Vergeleken met volwassenen zonder deze stoornis bijvoorbeeld, verhoogt het hebben van een stoornis in het gebruik van cannabis het risico op een andere stoornis in het gebruik van een middel ongeveer met een factor negen. Cannabis wordt vaak beschouwd als een opstap naar het gebruik van andere drugs. In vergelijking met mensen die nooit gebruiken, hebben mensen die geregeld cannabis gebruiken een grotere kans om op enig moment in hun leven middelen te gebruiken die gevaarlijker worden gevonden, zoals opioïden of cocaïne. Onder volwassenen die in behandeling zijn voor een stoornis in het gebruik van cannabis melden velen (63%) problematisch gebruik van secundaire of tertiaire middelen, waaronder alcohol, cocaïne, methamfetamine/amfetamine en heroïne of andere opioïden. Daarnaast wordt de stoornis in het gebruik van cannabis vaak waargenomen als secundair of tertiair probleem bij mensen die primair een stoornis in het gebruik van een ander middel hebben. Onder adolescenten die in behandeling zijn, is cannabis vaak het primaire middel van gebruik (76%).
Onder volwassenen met een DSM-5-classificatie stoornis in cannabisgebruik had 64% in het verleden een stoornis in het gebruik van tabak gehad, en de kans op een comorbide stoornis in het gebruik van tabak nam sterk toe naarmate de ernst van de stoornis in het gebruik van cannabis toenam.
Comorbide psychische stoornissen komen vaak voor bij mensen met een stoornis in het gebruik van cannabis, waaronder angststoornissen, de depressieve stoornis, de bipolaire-I- en -II-stoornis, de posttraumatische-stressstoornis en de persoonlijkheidsstoornissen. In een tweelingonderzoek in Minnesota had ongeveer de helft van de adolescenten met een stoornis in het gebruik van cannabis internaliserende stoornissen (bijvoorbeeld een angststoornis, een depressieve stoornis, een posttraumatische-stressstoornis), en 64% had externaliserende stoornissen (zoals een normoverschrijdend-gedragsstoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis).
Er is aanzienlijke zorg over cannabisgebruik als risicofactor bij schizofrenie en andere psychotische stoornissen. Cannabisgebruik in kritieke perioden blijkt consistent samen te hangen met een drievoudige toename van het risico op een psychose. Er is een opvallende variatie in de incidentie van psychotische stoornissen tussen elf Europese regio’s, mogelijk door verschillen in de frequentie van het dagelijkse cannabisgebruik en het gebruik van krachtige cannabissoorten. In Chili werd de populatieattributieve fractie door regelmatig cannabisgebruik als verklaring voor ziekenhuisopnames voor psychose geschat op 17,7% (95%-BI: 1,2–45,5%).
Aan de andere kant lijkt uit sommige onderzoeken opgemaakt te kunnen worden dat misbruik in de kindertijd mogelijk de bepalende factor is voor een verhoogd risico op cannabisgebruik en op psychose. Globaal kan gesteld worden dat cannabisgebruik kan bijdragen aan het ontstaan van een acute psychotische episode, bepaalde symptomen kan verergeren en de behandeling van een ernstige psychotische stoornis nadelig kan beïnvloeden.
Ten aanzien van somatische aandoeningen wordt het cannabinoïd-hyperemesissyndroom steeds vaker op spoedeisende-hulpafdelingen gezien vanwege de toenemende prevalentie van cannabisgebruik. Dit is een syndroom met misselijkheid en cyclisch braken in samenhang met regelmatig cannabisgebruik. Daarnaast vertonen aandoeningen van de luchtwegen (zoals astma, COPD en longontsteking) samenhang met regelmatig cannabisgebruik (door roken, vaporiseren of e-sigaretten), ongeacht of er daarnaast sprake is van tabaksgebruik, evenals enkele ongunstige cardiovasculaire uitkomsten.