Bijkomende kenmerken van selectief mutisme kunnen zijn: overmatige verlegenheid, vrees om een vreemd figuur te slaan, sociaal isolement en terugtrekking, vastklampend gedrag, dwangmatige trekken, negativisme, driftbuien (temper tantrums) of een beperkte mate van oppositioneel gedrag. Hoewel kinderen met deze stoornis over het algemeen over normale taalvaardigheden beschikken, kan er soms sprake zijn van een bijkomende communicatiestoornis, al is een specifiek verband met een bepaalde communicatiestoornis niet gevonden. Zelfs als er wel sprake is van een dergelijke stoornis, gaat deze gepaard met angst. Binnen de geestelijke gezondheidszorg krijgen kinderen met selectief mutisme bijna altijd een extra diagnose van een andere angststoornis — meestal een sociale-angststoornis.