Onderscheid met selectief mutisme
Hebben als kenmerk spraak­stoor­nis­sen (bijvoorbeeld een gebrek aan vloeiendheid, problemen met de spraakklank) die consistent optreden ongeacht de situatie waarin de betrokkene verkeert. De spraak­moei­lijk­he­den bij selectief mutisme treden daarentegen alleen op in bepaalde situaties (bijvoorbeeld sociale situaties met kinderen en volwassenen), maar niet in andere situaties (in het bijzijn van naaste familieleden bijvoorbeeld).
Hebben als mogelijk kenmerk ook moeite met spreken in sociale situaties, maar anders dan bij selectief mutisme zijn deze moeilijkheden ook duidelijk aanwezig als de betrokkene met naaste familieleden spreekt.
Heeft als kenmerken angst en vrees die optreden in sociale situaties waarin de betrokkene mogelijk wordt blootgesteld aan een kritische beoordeling door anderen, terwijl een classificatie selectief mutisme een specifiek patroon beschrijft van onvermogen om te spreken in bepaalde, meestal sociale situaties. In situaties waarin het onvermogen om te spreken gepaard gaat met gevoelens van sociale angst, kan zowel de classificatie selectief mutisme als de classificatie sociale-angststoornis worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.