Selectief mutisme is een relatief zeldzame stoornis; het wordt niet betrokken bij epidemiologisch onderzoek over de prevalentie van stoornissen van de kindertijd. Uitgaand van verschillende steekproeven in de Verenigde Staten, Europa en Israël, in de geestelijke gezondheidszorg of op scholen, varieert de puntprevalentie van 0,03–1,9%, afhankelijk van de setting en de leeftijden van de steekproef. Onderzoeken onder de algemene bevolking en in steekproeven onder mensen die behandeling zoeken wijzen erop dat selectief mutisme gelijkelijk onder de geslachten is verdeeld, hoewel er ook aanwijzingen zijn dat selectief mutisme vaker voorkomt bij meisjes dan bij jongens. De prevalentie lijkt op grond van ras/etniciteit niet te variëren, maar mensen die in een andere taal moeten spreken dan hun moedertaal (bijvoorbeeld kinderen in gezinnen met een migratieachtergrond) hebben een groter risico om de stoornis te ontwikkelen. Er lijken geen verschillen in prevalentie van de stoornis te zijn tussen de geslachten of bevolkingsgroepen met een verschillende etnische afkomst of van verschillende rassen. De stoornis manifesteert zich vaker bij jonge kinderen dan bij adolescenten en volwassenen.