‘Stille periode’ waarin kinderen na een migratie een tweede taal leren Selectief mutisme dient te worden onderscheiden van de kenmerkende ‘stille periode’ waarin jonge kinderen een nieuwe taal leren. Als het kind de nieuwe taal voldoende begrijpt, maar blijft weigeren om in beide talen te spreken, in meerdere omgevingen die voor het kind onbekend zijn en gedurende een langere periode, kan de classificatie selectief mutisme gerechtvaardigd zijn.
Communicatiestoornissen Selectief mutisme moet worden onderscheiden van taal- of spraakmoeilijkheden die beter worden verklaard door een communicatiestoornis, bijvoorbeeld een taalstoornis, een spraakklankstoornis (voorheen fonologische stoornis genoemd), een stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd (ontwikkelingsstotteren) of een sociale (pragmatische) communicatiestoornis. Anders dan bij selectief mutisme beperken de stoornissen in het spreken zich bij deze aandoeningen niet tot een specifieke sociale situatie.
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen Mensen met een autismespectrumstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis of met een ernstige verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking) kunnen problemen hebben met de sociale communicatie, en zijn in sociale situaties soms niet in staat om op een gepaste manier te spreken. Selectief mutisme moet echter alleen worden geclassificeerd als is vastgesteld dat het kind in sommige sociale situaties (meestal thuis) wel kan spreken.
Sociale-angststoornis De sociale vrees en vermijding bij de sociale-angststoornis kunnen gepaard gaan met selectief mutisme. In dergelijke gevallen kunnen beide classificaties worden toegekend.