Temperament Of er risicofactoren in het temperament zijn voor selectief mutisme, is niet goed onderzocht. Negatieve affectiviteit (neuroticisme) of gedragsinhibitie kan een rol spelen, evenals een anamnese bij (een van) de ouders van verlegenheid, sociaal isolement en sociale angst. Kinderen met selectief mutisme kunnen vergeleken met hun leeftijdgenoten subtiele moeilijkheden hebben op het gebied van de receptieve taal, al is hun receptieve taal nog binnen de normale verdeling.
Omgeving Sociale inhibitie bij (een van) de ouders kan voor kinderen als rolmodel dienen voor sociale gereserveerdheid en selectief mutisme. Verder is van ouders met een kind met selectief mutisme beschreven dat ze overbezorgd zijn of meer controlerend dan ouders van kinderen met een andere angststoornis of geen stoornis.
Genetica en fysiologie Aangezien er een aanzienlijke overlap bestaat tussen selectief mutisme en de sociale-angststoornis, zijn er mogelijk gemeenschappelijke erfelijke factoren van deze twee stoornissen. Bovendien zijn er aanwijzingen voor afwijkingen in de efferente auditieve neurale activiteit tijdens het vocaliseren bij mensen met selectief mutisme, wat zou kunnen leiden tot bijzonderheden in de perceptie van de eigen stem, waardoor zij niet graag spreken.