De ernst van de stoornis wordt beoordeeld aan de hand van het aantal apneus plus hypopneus per uur slaap (de apneu-hypopneu-index), met behulp van polysomnografie of een andere ’s nachts uitgevoerde slaap­re­gi­stra­tie. ‘Apneu’ verwijst naar de volledige afwezigheid van ademhaling en ‘hypopneu’ verwijst naar een vermindering van de ademhaling. De totale ernst blijkt ook uit de hoogte van de nachtelijke desaturatie en fragmentatie van de slaap (gemeten aan de frequentie van corticale arousal in de hersenen en aan de slaapstadia), en uit de mate van samenhangende klachten en beperkingen overdag. Het precieze aantal en de exacte drempelwaarden kunnen echter variëren, afhankelijk van de gebruikte re­gi­stra­tie­tech­nie­ken. Ook kunnen deze cijfers met de jaren veranderen. Ongeacht de apneuhypopneu-index (aantal) op zich wordt de stoornis als ernstiger beschouwd wanneer de apneus en hypopneus gepaard gaan met een significante zuur­stof­des­a­tu­ra­tie in het bloed (bijvoorbeeld als meer dan 10% van de slaaptijd wordt doorgebracht op desa­tu­ra­tie­ni­veaus van minder dan 90%) of wanneer de slaap ernstig gefragmenteerd is, zoals blijkt uit een verhoogde arousalindex (aantal arousals per uur slaap meer dan 30) of minder tijd in de diepe slaap (bijvoorbeeld een percentage langzame-golvenslaap van minder dan 5%).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.