Obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom
Obstructive sleep apnea hypopnea
G47.3
CLASSIFICATIECRITERIA
AOf (1) of (2):
1Aanwijzingen bij polysomnografie voor minstens vijf obstructieve apneus of hypopneus per uur slaap en een van de volgende slaapklachten:
a Nachtelijke ademhalingsstoornissen: snurken, happende/stokkende ademhaling, of adempauzes tijdens de slaap.
b Slaperigheid overdag, vermoeidheid of niet-verkwikkende slaap ondanks voldoende gelegenheid om te slapen, die niet beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis (inclusief een slaapstoornis) en niet kan worden toegeschreven aan een somatische stoornis.
2Aanwijzingen bij polysomnografie voor vijftien of meer obstructieve apneus of hypopneus per uur slaap, ongeacht bijkomende symptomen.
In de DSM-5 zijn de symptomen van stoornissen van de nachtelijke ademhaling opgenomen in de classificatiecriteria voor het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom. Nachtelijke symptomen zijn een teken dat tijdens de slaapperiode ademhalingsstoornissen optreden. Objectieve metingen van de intensiteit correleren met de apneu-hypopneu-index. Snurken en een stokkende ademhaling zijn significante aanwijzingen voor slaapapneus, en in sommige onderzoeken zijn dit de belangrijkste klachten die met slaapapneu gepaard gaan. In de DSM-5 zijn ook polysomnografische criteria in de classificatiecriteria opgenomen. Het melden van klachten alleen is onvoldoende sensitief of specifiek om op basis daarvan ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen te diagnosticeren, hoewel dat wel als screeningmethode kan worden gebruikt.
→Specificeer actuele ernst:
Licht Apneu-hypopneu-index is minder dan 15.
Matig Apneu-hypopneu-index is 15–30.
Ernstig Apneu-hypopneu-index is hoger dan 30.
De ernst van het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom wordt afgebakend op basis van de apneu-hypopneu-index (dat wil zeggen: het aantal apneus en hypopneus per uur slaap, zoals vastgesteld met polysomnografie of een andere monitoringtest gedurende de hele nacht). De ernst van de stoornis is licht als de index lager is dan 15, matig als de index tussen de 15 en 30 ligt, en ernstig als de index hoger is dan 30. Ongeacht de hoogte van de apneu-hypopneu-index wordt de stoornis als ernstiger gezien wanneer de apneus en hypopneus gepaard gaan met een significante zuurstofdesaturatie in het bloed of wanneer de slaap ernstig gefragmenteerd is, zoals blijkt uit een verhoogde arousalindex (hoger dan 30) of een verminderd aantal fasen tijdens de diepe slaap.