Mensen met een stoornis in het gebruik van een inhalantium die klinisch worden behandeld, hebben vaak meerdere stoornissen in het gebruik van een ander middel, angst- en/of per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen. Een stoornis in het gebruik van een inhalantium gaat vaak samen met een nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis in de adolescentie en een antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis bij volwassenen. Mensen met een stoornis in het gebruik van een inhalantium hebben vaak tegelijk optredende symptomen van lever- of nierschade, rabdomyolyse, me­the­mo­glo­bi­ne­mie of symptomen van andere gastro-intestinale, car­di­o­vas­cu­lai­re of pulmonale ziekten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.