Dat in de Verenigde Staten de prevalentie van inhalantiumgebruik en de stoornis in het gebruik van een inhalantium na de adolescentie daalt (van 2,3% tijdens de adolescentie naar 0,1% in de vroege volwassenheid voor inhalantiumgebruik en van 0,1% naar 0,04% voor de stoornis in het gebruik van een inhalantium), duidt erop dat deze stoornis meestal tijdens de jongvolwassenheid afneemt. Bij prepuberale kinderen komt een stoornis in het gebruik van vluchtige koolwaterstoffen zelden voor. Deze stoornis treedt het meest op bij adolescenten en jongvolwassenen, en komt bij mensen die ouder zijn niet vaak voor. Bij het merendeel van de telefoontjes die binnenkomen bij de Amerikaanse poison-control centers over ‘opzettelijk misbruik’ van inhalantia, zijn jongeren van 14 jaar betrokken. Bij de jongeren met een stoornis in het gebruik van een inhalantium die tot in de volwassenheid aanhoudt, begint het gebruik van inhalantia vroeger, worden meerdere inhalantia gebruikt en is het gebruik ervan frequenter.