Blootstelling aan een inhalantium (onbedoeld) door fabrieks- of andere ongevallen De classificatie stoornis in het gebruik van een inhalantium is enkel van toepassing als de blootstelling aan het inhalantium opzettelijk is.
Intoxicatie door een inhalantium, zonder dat aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van een inhalantium wordt voldaan Een intoxicatie door een inhalantium komt geregeld voor tijdens een stoornis in het gebruik van een inhalantium, maar kan ook optreden bij mensen die niet voldoen aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van een inhalantium.
Intoxicatie door een inhalantium waarbij aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van een inhalantium wordt voldaan, en psychische stoornissen door een inhalantium De stoornis in het gebruik van een inhalantium onderscheidt zich van intoxicatie door een inhalantium en psychische stoornissen door een inhalantium (bijvoorbeeld een depressieve-stemmingsstoornis door een inhalantium) doordat de stoornis in het gebruik van een inhalantium een problematisch patroon van inhalantiumgebruik beschrijft waarbij sprake is van verminderde controle over het gebruik, sociale beperkingen door het gebruik, riskant gebruik (zoals inhalantiumgebruik ondanks de complicaties) en farmacologische symptomen (de ontwikkeling van tolerantie), terwijl intoxicatie door een inhalantium en psychische stoornissen door een inhalantium syndromen beschrijven die zich ontwikkelen in de context van zwaar gebruik. Deze syndromen treden vaak comorbide op bij mensen met een stoornis in het gebruik van een inhalantium. In dat geval moeten naast de classificatie stoornis in het gebruik van een inhalantium ook de comorbide classificaties toegekend worden.
Stoornissen in het gebruik van een ander middel, vooral sederende middelen (zoals alcohol, benzodiazepinen, barbituraten) Een stoornis in het gebruik van een inhalantium komt vaak gelijktijdig voor met een stoornis in het gebruik van een ander middel, en de symptomen van deze stoornissen kunnen op elkaar lijken en elkaar overlappen. Om de symptoompatronen uit elkaar te kunnen houden, kan worden gevraagd welke symptomen aanwezig bleven als enkele middelen niet werden gebruikt.