Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Bepaal de ernst van het traumatische hersenletsel op basis van de kenmerken op het moment dat het letsel plaatsvond: verlies van bewustzijn, post­trau­ma­ti­sche amnesie en de score op de Glasgow Coma Scale. De ernst van het hersenletsel dient niet te worden bepaald aan de hand van de ernst van de cognitieve achteruitgang volgend op het letsel.

Stel de mate van ernst vast (beperkt versus uitgebreid) van de NCS door traumatisch hersenletsel op basis van de ernst van de cognitieve achteruitgang na het letsel en de impact ervan op het vermogen om dagelijkse activiteiten uit te voeren.

Verhelder de geschiedenis van het letsel en stel de duur van de post­trau­ma­ti­sche amnesie vast om de ernst van het letsel beter te kunnen beschrijven.

Vraag de patiënt wat zijn of haar laatste herinnering is van voordat het letsel plaatsvond en vraag door over de details.

Vraag de patiënt wat hij of zij zich van vlak na het letsel het eerst herinnert. Maak daarbij onderscheid tussen wat de patiënt heeft gehoord over wat er is gebeurd en wat hij of zij zich zelf herinnert.

Stel vast welke kenmerken aanwezig waren vóór het letsel plaatsvond, in aanvulling op wat er sindsdien is gebeurd. Veel kenmerken die samenhangen met traumatisch hersenletsel (bijvoorbeeld impulsiviteit, prikkelbaarheid, depressiviteit, angst, middelengebruik en risicovol gedrag) kunnen immers ook aanwezig zijn geweest voordat de patiënt het hersenletsel opliep.

Geef voorlichting aan patiënten met licht traumatisch hersenletsel over het hersteltraject: de neurocognitieve beperkingen zullen waarschijnlijk binnen de eerste drie maanden na het letsel verdwijnen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.