Uitgebreide of beperkte NCS door traumatisch hersenletsel
De 60-jarige mevrouw Overmars was betrokken bij een auto-ongeluk waarbij haar hoofd de voorruit raakte. Ze verloor naar schatting 10–15 minuten het bewustzijn. Ze herinnert zich dat ze op een kruising afreed, maar kan zich geen andere details van het ongeluk herinneren, tot op het moment dat de ambulance arriveerde. Haar score op de Glasgow Coma Scale was op dat moment 14. Ze meldt zich twee weken later voor follow-up bij de neuroloog en vertelt dat ze sinds het ongeluk last heeft van hoofdpijn, concentratieproblemen, vermoeidheid en een verhoogde gevoeligheid voor licht. Er zijn geen aanwijzingen voor toevallen, hemiparese of visusstoornissen. Uit een screening van de cognitieve functies blijken beperkingen in de aandacht, het werkgeheugen en bij taken die snelheid vereisen. Mevrouw Overmars is minder productief op het werk, en ze heeft twee keer zo veel tijd nodig om haar taken uit te voeren als voor het ongeluk. Ze moet regelmatig pauzes nemen, om de 2 à 3 uur, en raakt snel vermoeid. De eerste week na het ongeluk ging ze meerdere keren vroeg naar huis, maar al snel hield ze weer haar normale werkschema aan. Een somatisch onderzoek levert geen bijzonderheden op, en de laboratoriumresultaten liggen in het normale bereik, waardoor een delirium kan worden uitgesloten. Een MRI toont geen beschadigingen aan. Drie weken na het ongeluk voldoet ze aan de classificatiecriteria voor een beperkte NCS door traumatisch hersenletsel. Zes maanden na het letsel vindt een neuropsychologisch onderzoek plaats. Haar scores op meetinstrumenten voor inspanning, aandacht, werkgeheugen, verwerkingssnelheid en andere domeinen liggen binnen het normale bereik. Ze heeft een halfjaar na het hersenletsel naar eigen zeggen geen last van cognitieve moeilijkheden en voelt ‘zich weer normaal’.
Deze casus is een illustratie van een belangrijk aspect van een beperkte NCS door traumatisch hersenletsel dat van de meeste andere neurocognitieve stoornissen verschilt: mensen kunnen op een bepaald moment een NCS hebben, maar daarvan dermate goed herstellen dat ze niet meer aan de criteria voor een NCS voldoen (dit kan ook optreden bij een vasculaire NCS). Mevrouw Overmars voldeed in de weken na haar ongeluk aan de classificatiecriteria voor een beperkte NCS, wat algemeen voorkomt bij mensen die een licht traumatisch hersenletsel hebben opgelopen. Het is kenmerkend voor de meerderheid van deze patiënten dat zij binnen drie maanden na het letsel weer functioneren zoals voor het letsel. Mevrouw Overmars vertoonde kenmerkende symptomen na het ongeval, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, een verhoogde gevoeligheid voor licht (i.e., fotosensitiviteit), en een verminderd(e) aandacht, werkgeheugen en verwerkingssnelheid.