Samenvatting

Samenvatting

Een beperkte of uitgebreide NCS door traumatisch hersenletsel wordt vastgesteld door de ernst van de cognitieve achteruitgang na een letsel te bepalen en de impact ervan op het vermogen van de persoon in kwestie om de activiteiten van het dagelijks leven uit te voeren. Of iemand een beperkte of een uitgebreide NCS door traumatisch hersenletsel heeft, hangt niet af van de ernst van het letsel.

De ernst van het letsel hangt af van kenmerken die aanwezig zijn op het moment van het letsel (namelijk be­wust­zijns­ver­lies, post­trau­ma­ti­sche amnesie en de score op de Glasgow Coma Scale), en niet van de ernst van de cognitieve achteruitgang na het letsel.

Een hoog alcoholgehalte in het bloed ten tijde van het letsel kan de initiële score op de Glasgow Coma Scale drukken en leiden tot een onnauwkeurige meting van de ernst van het letsel.

In tegenstelling tot andere neurocognitieve stoornissen zijn neurocognitieve stoornissen door traumatisch hersenletsel uniek wat betreft het hersteltraject: iemand kan bijvoorbeeld direct na het letsel een uitgebreide NCS blijken te hebben, waarna deze verandert in een beperkte NCS, en eventueel zodanig herstelt dat de patiënt niet langer aan de criteria voor een NCS voldoet.

De meerderheid van de mensen met een NCS door licht traumatisch hersenletsel is binnen drie maanden na het letsel volledig terug op hun eerdere niveau van functioneren.

De clinicus dient de voor­ge­schie­de­nis van de patiënt te onderzoeken, en zijn of haar actuele stem­mings­klach­ten en middelengebruik te beoordelen. Als de neurocognitieve beperkingen verergeren of langer aanhouden, is het belangrijk om andere factoren te overwegen (bijvoorbeeld psychiatrische stoornissen, mid­del­ge­re­la­teer­de, neurologische of somatisch-symptoom- en verwante stoornissen) die mogelijk bijdragen aan de huidige cognitieve problemen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.