Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Hoewel de classificatie van een uitgebreide of beperkte NCS niet nood­za­ke­lij­ker­wijs samenhangt met de oorspronkelijke ernst van het traumatisch hersenletsel, kan in sommige gevallen de ernst van de cognitieve achteruitgang, en/of het uitblijven van een verwachte verbetering van de symptomen na verloop van tijd, inconsistent lijken met de aard en de ernst van het letsel. Nadat zorgvuldig medisch dos­sie­ron­der­zoek is gedaan en neurologische complicaties (zoals een chronisch hematoom, een beroerte of een convulsie) zijn uitgesloten, dient de clinicus te overwegen of er sprake kan zijn van een psychiatrische stoornis, middelengebruik of een somatisch-symptoom- of verwante stoornis. PTSS komt vaak gezamenlijk voor met een NCS en kan de primaire stoornis zijn die de aanhoudende cognitieve beperkingen verklaart, vooral bij mensen die cognitieve beperkingen hebben die niet nood­za­ke­lij­ker­wijs overeenkomen met de ernst van het oorspronkelijke hersenletsel. Symptomen als moeite met de concentratie, prikkelbaarheid, gevoeligheid voor geluid en licht, hoofdpijn, sombere of angstige stemming, en ontremd gedrag komen zowel bij PTSS als bij neurocognitieve stoornissen door traumatisch hersenletsel voor. Bij neurocognitieve stoornissen door licht tot matig traumatisch hersenletsel verbeteren deze symptomen echter meestal binnen drie tot zes maanden na het ongeval, of ze verdwijnen in het geheel, terwijl de symptomen die het gevolg zijn van PTSS of een andere psychiatrische stoornis vaak aanhouden, zo niet erger worden. Bij jongvolwassenen die een NCS ontwikkelen na traumatisch hersenletsel, kan een clinicus er zeker van zijn dat de etiologie geen progressieve neu­ro­de­ge­ne­ra­tie­ve aandoening is, zoals de ziekte van Alzheimer, aangezien deze stoornis bijzonder weinig voorkomt bij deze leeftijdsgroep. Slachtoffers van traumatisch hersenletsel hebben vaak last van vasculaire beschadigingen, zoals bloedingen en subdurale hematomen. Hoewel deze aandoeningen op zichzelf beperkingen kunnen veroorzaken die kunnen worden beschouwd als een NCS die samenhangt met vasculaire ziekte (i.e., beroertes), is het traumatisch hersenletsel de voornaamste oorzaak. Bij de persoon in kwestie dient daarom een NCS door traumatisch hersenletsel vastgesteld te worden.

Veel symptomen van neurocognitieve stoornissen door traumatisch hersenletsel overlappen met die van stem­mings­ge­re­la­teer­de stoornissen, inclusief een sombere of angstige stemming, hoofdpijn, gevoeligheid voor licht en geluid, en veranderingen in de persoonlijkheid (bijvoorbeeld ontremd gedrag, prikkelbaarheid of agressiviteit). Bij mensen met een NCS door traumatisch hersenletsel komt vaak middelengebruik voor (dat ofwel aan het traumatisch hersenletsel voorafging of erna is ontstaan). Dit kan de cognitieve beperkingen aanzienlijk verergeren en leiden tot functionele problemen in het dagelijks leven. Zoals eerder opgemerkt kunnen veel symptomen van traumatisch hersenletsel overlappen met de symptomen van PTSS, en de twee stoornissen kunnen ook comorbide optreden, vooral bij militairen. Bovendien kunnen bij een uitgebreide NCS door traumatisch hersenletsel prominente neuromotorische kenmerken (bijvoorbeeld ataxie, even­wichts­ver­lies, co­ör­di­na­tie­pro­ble­men of motorische vertraging) aanwezig zijn. Somatisch en neurologisch onderzoek is nodig om andere neurologische oorzaken (bijvoorbeeld convulsies, tumoren of be­we­gings­stoor­nis­sen) uit te sluiten.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.